Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gelast om aan senor Serrano, door middel van brieven, de misdadige plannen te openbaren die haar oom tegen haar smeedde, en hem als den besten vriend van haar vader, te smeeken haar te hulp te komen en in zijn bescherming te nemen."

„Myn arme dochter 1" zuchtte don Mariano.

„Don Estevan," hervatte don Leo, „was, ik weet niet op welke wijze, met het voornemen uwer dochter bekend geworden. Om hare voornemens beter te leeren kennen en op het rechte tijdstip te kunnen verijdelen hield hij zich alsof hij van niets wist, liet hare brieven door de novice naar den evangelista brengen, las daar al de copiën en schreef er zelf de antwoorden op, om de eenvoudige reden dat don Francisco de Serrano geen brieven van uw dochter ontving, daar don Estevan diens kamerdienaar had omgekocht, die ze hem allen onopengebroken ter hand stelde, in plaats van ze aan zijn meester te geven. Deze slim overlegde schurkerij zou zeker zyn gelukt, zoo het toeval, of liever de Voorzienigheid mij niet in tijds in het pothuis van Tio Leporello had gevoerd."

„O 1" prevelde don Mariano, „die man was een monster."

„Neen," hernam don Leo, „dat niet, ten minste niet uit eigen beweging; de omstandigheden schijnen hem gedwongen te hebben om veel verder te gaan dan hij misschien zelf gewild had ; niets ten minste bewijst dat hij den dood van uw dochter wenschte."

„Wat kan hij anders gewenscht hebben ?"

„Uw bezitting. Door Laura te dwingen den sluier aan te nemen kon hij dit doel bereiken. Ongelukkigerwijs, zoo als het meestal gaat, wanneer men zich eenmaal op het doornige pad begeeft, dat noodwendig op grooter zonde uitloopt, heeft hij bij al zijn berekening op welslagen,, niet kunnen voorzien dat ik in de uitvoering zijner plannen zou in den weg treden, — een tusschenkomst die hem moest doen stil staan of dwingen een misdaad te plegen om zyn einddoel te bereiken. Dona Laura, ten volle overtuigd, dat de bescherming van don Francisco haar niet zou ontbreken, volgde nauwkeurig de raadgevingen die ik haar van tijd tot tijd deed toekomen, in de brieven die ik haar schreef namens den vriend tot welken zij zich had gewend; wat mij betreft, ik hield mij gereed om te handelen zoodra het oogenblik daar zou zijn. Op dit punt zal ik in geen nadere verklaringen komen. Om kort te gaan, dona Laura weigerde, in de kerk zelve, den eed der kloostertucht af te leggen; de daardoor gegeven ergernis was allergeweldigst, de abdis was woedend en besloot er een eind aan te maken. Het ongelukkige meisje, door middel van een slaapdrank van alle bewustzijn beroofd, werd levend in een der diepste grafkelders van het klooster opgesloten, waar zij van honger moest omkomen."

„O 1" riepen de beide mannen huiverend van afgrijzen.

„Ik herhaal u," vervolgde don Leo, „dat ik don Estevan aan deze barbaarschheid niet schuldig acht; waarschijnlijk was hij er slechts indirect medeplichtig aan. De abdis alleen was de schuldige. Don Estevan nam de gedane zaken zoodanig als zij waren en deed er zijn voordeel mede, meer niet; wij willen dit uit menschelyk oogpunt, liefst gelooven, want anders ware hij een monster geweest. Reeds op den dag zelf van het gebeurde onderricht zijnde, verzamelde ik een bende landloopers en bandieten waarmede ik den volgenden nacht door list in het klooster wist te dringen, en het gelukte mij gewapenderhand uw dochter op te lichten."

Almard. Spoorioakar. 6a dr.

10

Sluiten