Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

man is dapper, zijn hart is groot, hij is de vriend der Roodhuiden, de Vliegende-Arend is beroemd wegens zijn grootmoedigheid, hij zal dus het bleekgezicht niet aan de wolven ten prooi laten."

„Machsi-Karehde is de grootste krijgsman van zijn stam, zijn hoofd is met wijsheid vervuld, en wat hij doet is goed."

De Vliegende-Arend glimlachte welgevallig om dit compliment van zijn jonge vrouw.

„Laten wij de wonden van dien man onderzoeken," zeide hij.

De Wilde-Roos ontstak een ocote fakkel om te kunnen zien; de twee Indianen knielden bij den gewonde neer, die nog altoos onbeweeglijk lag, en begonnen in het schijnsel der harsfakkel hem met nauwlettendheid te onderzoeken.

Vrij-Kogel was slechts licht gewond door den slag die hem met het pistool werd toegebracht; wel is waar had die slag een geweldige bloeding veroorzaakt en een lichte hersenschudding gevolgd door bedwelming, maar de wond ging niet veel dieper dan de huid aan het bovenste gedeelte van het voorhoofd tusschen de wenkbrauwen. Blijkbaar had don Estevan den jager op dezelfde manier willen treffen als de matadores te Mexico de stieren kruisten, die er hunne eer in stellen om dit zoo behendig mogelijk te doen, ten einde de bewondering der toeschouwers op het amphitheater te verwerven. Zijn slag, ofschoon met vaste en vaardige hand, was echter met te veel overhaasting en dus niet juist genoeg toegebracht om doodelijk te zyn; evenwel, zoo de Vliegende-Arend hem niet in tijds ware te hulp gekomen,'! zou de jager waarschijnlijk voor het einde van den nacht zgn verslonden|*door de wilde beesten, die in dezen omtrek vrij talrijk rondzwierven.

Alle Indianen, wanneer zij op reis gaan, dragen aan een band over den schouder een perkamenten zak met zich, in den vorm van een weitasch, die zij hun medicijn-zak noemen ; deze zak bevat een aantal geneeskrachtige kruiden, waarmede de Roodhuiden gewoon zijn hunne op de jacht of in den krijg bekomen kwetsuren te genezen, alsmede eenige heelkundige instrumenten, en eenige poeders tegen de koorts.

Na de wond van Vrij-Kogel nauwkeurig te hebben bezichtigd, schudde de Indiaan tevreden het hoofd, en maakte hij zich onmiddellijk gereed om het eerste verband te leggen. Met een van obsidiaansteen *) vervaardigd werktuig, zoo scherp als een scheermes, begon hij, geholpen door de WildeRoos, rondom de wond het haar weg te scheren; vervolgens grabbelde hij in zyn medicijn-zak en haalde er een handvol oregano bladeren uit, die hij zorgvuldig fijn wreef en met Spaanschen brandewijn, zoogenaamde ref.no vermengde. Wij kunnen hier in 't voorbijgaan aanmerken dat in de geneesmiddelen der Indianen de brandewijn een voorname rol speelt. Bij dit mengsel deed hij een weinig water en zout, en bereidde alles tot een vrij dikke pap, die hij, na de wond eerst met refino en water te hebben gewasschen, er als een verzachtende pleister oplegde, en met behulp van een abanijo blad vasthechtte.

Dit eenvoudige middel werkte bijna oogenblikkelijk; na verloop van tien minuten slaakte de jager een zucht, opende de oogen, en richtte zich op,

1) Een soort glas van vulkaanschen oorsprong.

Sluiten