Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

keus heeft gedwongen en dat zij bereid is hare roeping volstandig te volgen.

Eindelijk noemen wij het vierde paleis, aan de oostzijde, het prachtigste en tevens het somberste van allen.

Dit gebouw heet Iztlacat-expan of het paleis der profeten; het dient tot woonplaats van den Amanani en de Chalchiuh — priesters. — Men kan zich moeilijk een geheimzinniger, treuriger en terugstootender gebouw voorstellen dan dit verblijf, welks venster allen met gevlochten riet zyn gedekt, zoo dicht en ondoorzichtbaar dat het nauwelyks het daglicht doorlaat. Binnen deze muren heerscht een eeuwigdurende stilte en somberheid; slechts nu en dan, in het holst van den nacht, wanneer alles in de stad in diepe rust is, hoort men vervaarlijke geluiden en wonderbare stemmen uit den Iztlacat-expan opgaan, die de verschrikte Indianen in hun slaap storen.

Terwijl de gelofte der kuischheid aan de vestaalsche nonnen is opgelegd, is dit niet het geval met den opperpriester en zijn onderhoorigen. Intusschen moeten wij hier aanmerken dat ook deze zelden trouwen en, ten minste oogenschynlyk, zich van allen omgang met de andere sekse onthouden.

Het novicitaat der priesters duurt tien jaar, en eerst na verloop van dezen tijd en na het doorstaan van tallooze proeven, bekomen zij den titel van Chalchiuh. Tot zoolang kunnen zij nog van besluit veranderen en een andere loopbaan kiezen; dit gebeurt echter uiterst zelden. Het is maar al te waar dat zy, van deze hun door de wet toegestane vrijheid gebruik makende, groot gevaar loopen om door hunne voormalige ambtsbroeders vermoord te worden, uit vrees dat zij iets van hunne heilige geheimen aan het volk zouden verraden. Overigens worden de priesters door de Indianen zeer geëerbiedigd en weten zij zich doorgaans bij het volk bemind te maken ; in een woord, na het wereldlijk opperhoofd is de Amanani of opperpriester de meest geëerbiedigde man van zijn stam.

Ofschoon bij deze volken de 'godsdienst zulk een machtige hefboom is, moet men zeggen dat er tusschen de wereldlijke en geestelijke macht nooit botsing ontstaat; ieder van deze weet wat zij te doen heeft en houdt zich binnen de haar voorgeschreven perken, zonder ooit op de rechten der andere inbreuk te willen maken. Dank zy deze verstandige staatsregeling, werken de priesters en de opperhoofden eenstemmig en met verdubbelde kracht.

De Europeaan, gewoon aan het gewoel en gedruisch en geschreeuw der steden in de Oude Wereld, waar de straten gedurig door allerlei soorten van rijtuigen worden versperd, en waar bij iederen voetstap duizenden belangen, zaken en bezigheden tegen elkander botsen, zich verdringen en dooreenwoelen, zou zich grootelijks verwonderen wanneer hij eensklaps in een Indiaansche stad werd overgeplaatst. Daar heeft men geen kunstmatige middelen van gemeenschap, geen luidruchtige handelsbeweging; daar ziet men geen buurten vol prachtige winkels die hunne waren uitstallen, om de nieuwsgierigheid en kooplust der voorbijgangers aan te lokken of de dieven gelegenheid te geven tot het naasten der oogverblindende voorwerpen van Europeesche weelde en gemak. Daar ziet men zelfs geen rijtuigen, koetsen, wagens of karren; de stilte wordt er slechts nu en dan gestoord door een eenzamen voetganger, die zich haast om zyn woning te bereiken, of voortstapt met al de deftigheid van een magistraatspersoon of geleerde.

De huizen, allen potdicht gesloten, zyn voor de oogen en ooren daar-

Sluiten