Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

woordde Vrij-Kogel met een holle stem, „ik heb de wet der Prairiën geschonden, ik heb verraad gepleegd, zeg ik u."

„Maar in 's hemels naam, verklaar u dan I Gij zult toch ten onzen nadeele geen verbond hebben gesloten met die honden van Apachen, onze doodsvijanden 1 Zulk een onderstelling zou al te belachelijk zijn."

„Ik deed erger dan dat."

„O, o! maar wat deedt gij dan ?"

„Ik heb . . . ." begon Vrij-Kogel aarzelend.

„Wat hebt gij?"

Hier kwam don Mariano op eens tusschenbeide.

„Stilte I" zeide hij met een krachtige stem; „ik vermoed wat gij gedaan hebt, en ik zeg er u dank voor; het is aan mij om u voor onze vrienden te rechtvaardigen, laat mij begaan."

Aller blikken vestigden zich thans nieuwsgierig op den caballero.

„Caballeros," hervatte hij, „deze waardige man beschuldigt zich bij u van "verraad, terwijl hij mij een onberekenbaren dienst heeft bewezen, in een woord, hij heeft mijn broeder gered."

„Kan dat mogelijk zijn?" riep don Miguel driftig uit.

Vrij-Kogel boog bevestigend het hoofd.

„O 1" riep de Mexicaan, „rampzalige 1 wat hebt gij gedaan ?"

„Niet alzoo, don Leo. Ik heb geen broedermoorder willen zyn 1" antwoordde don Mariano edelmoedig.

Dit gezegde klonk onder deze mannen met leeuwenharten als een donderslag ; zij bogen onwillekeurig het hoofd, en sidderden tegen wil en dank.

„Verwijt den edelen en trouwhartigen jager niet, dat hij dien ellendeling gespaard heeft," hervatte don Mariano. ,,Is de rampzalige niet reeds genoeg gestraft ? Zal de harde les die hij ontving hem niet tot voldoende waarschuwing strekken ? Genoodzaakt om zich overwonnen te erkennen, en gebukt onder schande en zelfverwijt, zwerft hij thans onder het alziend oog van den almachtigen God, die, wanneer zijn uur.eenmaal daar is, hem wel voor zijn wandaden zal weten te straffen I Voortaan hebben wij van don Estevan niets meer te duchten; nooit zal hij zich weder op onzen weg durven vertoonen.

„Houd op 1" riep Vrij-Kogel, hem met heftigheid in de rede vallende; „kon het zoo zijn als gij zegt, dan zou ik mij niet zoo bitter verwijten dat ik uw bevel heb gehoorzaamd. Neen, neen, don Mariano, ik had u dit moeten weigeren. Dood aan het ondier! Weet gij wat die man gedaan heeft? Nauwelijks zag hij zich, door mijn toedoen, in vrijheid, of hij vergat oogenblikkelijk dat ik zijn redder was geweest, en poogde mij op een verraderlijke wijze het leven te ontrukken, dat ik hem had terug gegeven. Zie deze gapende wond op mijn hoofd," vervolgde hij, met een duw het verband wegrukkende dat om zijn hoofd was gelegd, „dat is het bewijs der dankbaarheid dal hij mij heeft achtergelaten eer hij wegging."

Alle aanwezigen uitten een kreet van afgrijzen.

Vrij-Kogel, wiens beklemming intusschen geweken was, verhaalde thans tot in de kleinste bijzonderheden alles wat er had plaats gehad.

De jagers luisterden met de grootste aandacht en toen hij zijn verslag had gedaan bleef alles nog een poos stil.

„Wat zullen wij doen ?" begon eindelijk don Miguel treurig; „nu kunnen

Sluiten