Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wij weder van voren af aan beginnen; een ding is vooreerst zeker, het ontbreekt in de Prairie niet aan slecht volk, waarmede die man zich verbinden kan."

Don Mariano, door het gehoorde geheel overstelpt, bleef somber en sprakeloos en nam geen deel aan de beraadslaging, daar hij voor zich zelve moest bekennen een fout begaan te hebben, maar geen moed genoeg had om er openlijk voor uit te komen en zoodoende de verantwoordelijkheid op zich te nemen van het vonnis door de woudloopers over zijn broeder uitgesproken."

„Wij moeten er een einde aan maken," zei Loer-Vogel, „want de oogenblikken zijn kostbaar; wie weet wat de schurk doet, terwijl wij hier staan te overleggen. Laten wij het kamp ten spoedigste opbreken en ons naar Quiepa-Tani begeven, de jonge meisjes moeten onverwijld gered worden ; wat ons betreft, wij zullen de misdadige kuiperijen van den onverlaat wel weten te leur stellen, wanneer zij rechtstreeks tegen ons gewend worden."

„Jal" riep don Miguel, „op weg 1 onverwijld op wegl geve God dat wy nog tijdig genoeg aankomen!"

„En hiermede zijn zwakheid en, zijn wonden vergetende, stond hij driftig en vastberaden op. Vrij-Kogel hield hem terug; de oude jager, van den last der verantwoording ontheven, die zoo zwaar op zijn geweten drukte had al zijn stoutmoedigheid en vrijheid van denken terug gekregen.

„Met uw verlof," zei hij, „wij hebben met een sterke tegenpartijte doen, laten wij daarom niet lichtvaardig te werk gaan en wel toezien dat wn' ons niet laten bedriegen; ik stel u dus het volgende voor."

„Spreek 1" riep don Leo.

„Naar al hetgeen, mij van deze ongelukkige historie bekend is, hebt gy, don Miguel, geholpen door mijn vriend Loer-Vogel, de beide meisjes verborgen op een plaats waar gij ze buiten het bereik van uw vijand acht."

„Ja," antwoordde don Leo, „ten minste zoo zij niet verraden werden."

„Op de mogelijkheid vap verraad moet men in de woestijn altoos rekenen," hervatte de oude jager, „gij hebt er in mij het bewijs van, verdubbelen wy' dus onze voorzorg; don Miguel en zyn troep moeten, onder mijn geleide, dadelijk op weg gaan om don Stefano te vervolgen; geloof mij, het gewichtigste punt voor ons ïs, dat wij óns van den aartsschelm persoonlijk verzekeren, en bij God I om dit doel te bereiken zweer ik u dat ik alles doen zal wat menschelijkerwijs gedaan kan worden; ik voor mij, heb thans een verschrikkelijke rekening met hem te vereffenen," voegde hij er by, op een toon van moeilijk verkropten haat, dien niemand kon misverstaan.

„Maar de meisjes dan ?" riep don Leo.

„Geduld, don Miguel; als gij zooveel kracht bezat als goeden wil, zoo ik u de eer hebben voorbehouden om haar in het toevluchtsoord te gaan opsporen dat gy zoo schrander voor haar hebt uitgekozen; maar deze taak zou voor u te zwaar zyn; laat dus aan Loer-Vogel de zorg over om die te volbrengen, wees verzekerd dat hij er zich behoorlijk van zal kwy'ten."

Don Leo de Torres stond een poos in somber gepeins verzonken. LóerVogel greep hem by de hand, en die met warmte drukkende, zeide hy':

„De raad van Vrij-Kogel is zeer goed; in de tegenwoordige omstandigheden is het de eenige dien wij volgen kunnen ; wy moeten tegenover onze vijanden fijn tegen fijn spelen om hun listen té verschalken. Laat dat maar aan mij

Sluiten