Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over; ik draag niet. te vergeefs den naam van spoorzoeker; ik zweer u op mijn woord en mijn leven, dat ik u de jonge meisjes terug zal brengen." Don Leo zuchtte.

„Doe dan maar zoo als gij voorstelt," zei hij op treurigen toon, „daar mijn zwakheid mij tot werkeloosheid doemt."

„Goed 1 don Leo," riep don Mariano, „ik zie thans dat uw bedoelingen loyaal zijn, ik zeg u dank voor uw zelfverloochening. Wat u aangaat, brave vriend," vervolgde hij, zich tot Loer-Vogel wendende : „ik ben oud en weinig aan het woestijnleven gewoon, wil ik u nochthans vergezellen."

„Uw verlangen is billijk, Senor, ik heb het recht niet om er mij tegen te verzetten, daar het hier de redding van uw eigen dochter geldt; de vermoeienissen en gevaren die gij met deze onderneming trotseert, zullen uw geluk vergrooten, wanneer het mij gelukken mag uw dochter in uw armen terug te voeren."

„Thans, Loer-Vogel," zei de oude jager, „moet gij, daar gij weet welke richting gij nemen zult, ons de plaats aanwijzen waar wij elkander kunnen wedervinden, nadat ieder van ons de taak zal hebben volvoerd, die hem is opgedragen."

„Dat is waar ook," antwoordde de Canadees, „dat is van zeer veel belang, het zou zelfs raadzaam zijn dat een gedeelte der karavaan van don Miguel zich afzonderde en nu reeds naar het door u te bepalen punt vertrok, om er een kamp te vestigen, waar, in geval van nood of onvoorziene ongelukken, iedere afdeeling de noodige hulp of versterking kon vinden."

„Zeer goed gezien," zei don Miguel; „wijs mij de plaats slechts waar gij wilt kampeeren Loer-Vogel, en onmiddellijk rukken vijftien mijner onverschrokkenste mannen uit, om zich te bevinden waar hun tegenwoordigheid het meeste noodig zal zijn."

„Wjj voeren een geregelden oorlog, verliezen wy dit niet uit het oog; laten wij dus geen enkele voorzorg verzuimen. Zoo gij het goedvindt, don Miguel, moet Ruperto, die een geoefend bisonsjager is, het kommando over uw detachement op zich nemen, en oogenblikkelijk op marsch gaan naar Amoxtlan 1

„O, die plaats is mij zeer goed bekend," viel Ruperto hem in de rede; „daar heb ik dikwijls op bevers en otters gejaagd."

„Dat komt juist van pas," hervatte Loer-Vogel; „verder heb ik u dit nog te zeggen: wat er ook gebeure, heden over een maand moeten wy allen ons in het kampement bevinden, tenzij een of ander ernstig beletsel ons verhindere, en in dat geval moet het ontbrekende detachement een estafette naar Ruperto afzenden, om van de reden der afwezigheid kennis te geven. Zgn wy thans afgesproken?"

„Ja," antwoordden al de aanwezigen.

„Maar," liet don Miguel er op volgen, „gy vertrekt immers niet met don Mariano alleen, denk ik ?"

„Neen, ik neem Domingo mede, dien ik om zekere my bekende redenen liefst op den duur by mij heb. Ook de twee bedienden van don Mariano zullen my volgen, dat zijn dappere en getrouwe mannen,.meer volk heb ik niet noodig."

1) Van Aman, een plaats waar een rivier zich in verscheiden takken verdeeld.

Sluiten