Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

noodigen voorraad levensmiddelen bij zich, bestaande in pemmican of gedroogd en fijn gestampt bisonvleesch — en gerooste maïskorrels.

„Gaan wij op marsch !" riep de Canadees terwijl hij zijn buks schouderde.

„Op marsch 1" herhaalden de anderen.

„Goede reis en welslagen !" riep Juanito met een gesmoorden zucht, die duidelijk genoeg te kennen gaf hoeveel leed het hem deed, dat hij niet met hen mocht medegaan.

„Bankje I" antwoordden de avonturiers.

Zoodra zij het' kamp verlaten hadden, namen zij de zoogenaamde Indiaansche linie in acht, dat is, zij marcheerden achter elkander, zoodat de tweede man juist in de voetstappen trad van den eersten, de derde in die van den tweeden, en zoo vervolgens tot aan den zesden of laatsten, met dien verstande, dat deze zooveel mogelijk de voetsporen uitwischte door hem en de vorigen op den weg achtergelaten.

Juanito volgde hen eenige minuten met leede oogen tot zij den heuvel af waren, waarop het kamp gelegen was, en vleide zich toen mistroostig bij het vuur neder.

„Hm !" bromde hij, „ik zal het hier wel eenzaam en eentonig hebben; enfin, wat zal ik er tegen doen, het kan niet anders I"

Met deze philosofische aanmerking stak de deftige Mexicaan zijn cigarette op en begon vreedzaam te rooken, naar de blauwe kringetjes turende, die in het schijnsel van zijn vuur zichtbaar waren en door het zachte avondkoeltje in alle richtingen werden voortgedreven. Hij genoot den geur van zijn zuivere Havanna tabak, met de stelselmatige kalmte van een echt Indiaanschen Sagamore (Sachem).

XXVII.

EEN JACHT IN DE PRAIRIËN. (Vervolg).

In de Nieuwe wereld reizende, moet men, als men op Indiaansch grondgebied komt en niet gaarne door de Roodhuiden wil zijn opgespoord, wel zorg dragen zijn tocht in een tegengestelde richting te begfnnen dan die welke-men wenscht te volgen, b.v. wanneer men naar het westen gaat moet men doen alsof men naar het oosten trok, met andere woorden, de zelfde manoeuvre in acht nemen als een schip, dat door tegenwind overvallen, verplicht is te laveeren, en telkens een halven gang naar den anderen oever moet maken, om langzamerhand en ongemerkt het punt te bereiken waar men eigenlijk wezen wil.

Loer-Vogel was te goed met de sluwheid en de listen der Indianen bekend, om niet op deze wijze te werk te gaan. Ofschoon de tegenwoordigheid van den Vliegende-Arend eeniger mate een waarborg was voor de veiligheid van den behoedzamen Canadees, wist hij echter weinig met welke Indiaansche horde hij wellicht in aanraking zou komen, en besloot hij het zoo aan te leggen, dat hij door geen hunner kon worden ontdekt of met list overrompeld.

Sluiten