Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kan men werkelijk als wilden beschouwen, menschen, die voorheen door den schrik der hun onbekende vuurwapenen en bij het zien van paarden, — een diersoort welker bestaan hun niet eens bekend was — gedwongen werden zich in het ontoegankelijke gebergte terug te trekken, maar des ondanks, hun terrein voet voor voet bleven verdedigen en in sommige streken zelfs geslaagd zyn om hun oude grondgebied te heroveren ?

Wij weten, beter misschien dan iemand, dat er in Amerika wilden bestaan in den volsten zin van dit woord; maar wat dezen betreft, met iederen dag verdwijnen zij meer en meer van den Amerikaanschen bodem, daar zij noch verstand noch veerkracht genoeg bezitten om zich te verdedigen of te bandhaven. Deze wilden waren, eer zij aan de Spanjaarden en Engelschen onderworpen werden, reeds lang te voren cijnsbaar aan de Mexicanen, en de Auracaniers van Chili, en dat wel ten gevolge van hun lagen trap van ontwikkeling, die hen bijna met het dier gelijk maakt.

Men moet deze zwervende horden of Amerikaansche Iloten die slechts een uitzondering op den regel zijn, niet verwarren met de groote, ongetemde natiën welker zeden wij hier trachten te beschrijven — zeden die met den dag veranderen en verbeteren ; want in weerwil hunner pogingen om zich aan haar invloed te onttekken — wint de Europeesche beschaving — die zij uit erfelijken haat tegen de eerste veroveraars en tegen het blanke ras in 't algemeen, meer dan om eenige andere reden verachten — onder de Roodhuiden gedurig veld, of omringt en overvleugelt hen van alle kanten, om zoo te zeggen tegen wil en dank.

Als dit zoo voortgaat, zullen er wellicht geen honderd jaren verloopen eer deze half beschaafde vrije Indianen, — die in hun vuist-lachen over den verwarden toestand en onderlinge oorlogen der hun omringenden kleine republieken, of van den wankelenden kolossus der Yereenigde Staten die hen bedreigt, — hun natuurlijken rang in de wereld hernemen, en alsdan het hoofd hoog opsteken. Zulk een uitkomst ware niet meer dan billijk, want het zijn heldhaftige menschen, rijk aan natuurlijke gaven, bekwaam, welgezind, ondernemend en tot allerlei groote dingen in staat.

Te Mexico zelve, sedert het oogenblik dat dit land voor zelfstandigheid rijp geworden, zich als Spaansche kolonie onafhankelijk verklaarde van het moederland, behoorden de uitstekendste mannen, die hetzij in de kunsten, in de diplomatie, of in den oorlog hebben uitgeblonken, tot het zuivere Indiaansche ras. Tot bewijs van deze bewering, behoeven wij slechts een enkel feit van de hoogste beteekenis aan te voeren; de beste historie van Zuid-Amerika die tot hiertoe in de Spaansche taal het licht zag, werd geschreven door een Inca: Garcilasso de Vega I Is dit bewijs niet afdoende en wordt het niet meer dan tijd om de ongerijmde theoriën den bodem in te slaan, welke trachten vol te houden, dat het roode menschenras, als een verbasterd of mislukt natuurproduct, ongeschikt is voor ontwikkeling of verbetering, en onherroepelijk gedoemd zou zijn om van het aardrijk te verdwijnen l

Na deze lange uitweiding, te lang misschien voor het ongeduld van sommige lezers, maar tot recht verstand der volgende feiten onontbeerlijk, hervatten wij thans den draad van ons verhaal, waar wij dien hadden afgebroken.

Na een vermoeienden marsch van drie uren door het hooge prairiegras,

Sluiten