Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bereikten onze avonturiers de eerste grenspalen die zij wenschten te overschrijden.

Tegen middernacht, nadat Loer-Vogel zijn kameraden twee uren rust had vergund, werd de tocht hervat.

Met het opgaan der zon kwamen zij aan een soort carno of keel gevormd door twee loodrechte rotswanden, en waren zij verplicht om vier uren lang door het bed van een half uitgedroogden stroom te trekken of liever te waden, waar echter hunne stappen gelukkig geen zichtbaar spoor konden nalaten.

Gedurende verscheidene dagen ging de tocht door steile en eenzame gebergten, onder de grootste bezwaren en vermoeienissen, maar overigens zonder eenig meldenswaardig voorval op te leveren. Eindelijk bevonden zij zich opnieuw in de zoogenaamde tierras calientes; alles was hier weder groen en een weldadige warmte deed haar koesterenden invloed met kracht gevoelen; ook onze avonturiers die in de hooge streken der Serrania veel van de koude hadden moeten verduren, ondervonden een onbeschrijfelijk genot bij het inademen der zachte en balsemieke lucht onder dien helder blauwen hemel en prachtigen zonneschijn, in plaats van het dof grijze luchtgewelf en den bekrompen met ijzel en motregen bezwangerde horizon, tusschen de bergspitsen en rotskloven die zg thans achter den rug hadden.

Aan het einde van den vierden dag, nadat zij de bergen door waren, slaakte Loer-Vogel een kreet van verrassing en zelfvoldoening toen hg in de blauwe verte der prairie de eerste voorposten zag van een onmetelijk woud dat hij zoo reikhalzend had gezocht en aanvankelijk het doel van zijn tocht was geweest.

„Schept moed 1 mijn vrienden," riep hij, „wij krijgen nu spoedig de verfrisschende schaduw die ons hier ontbreekt."

Zonder te antwoorden, versnelden zijn kameraden hun pas als mannen die de hun voorgespiegelde belofte op prijs stelden.

De nacht was reeds volkomen gedaald toen zij, niet het bosch, maar den oever eener vrij breede rivier bereikten, wier nabijheid zij door het hooge prairiegras niet hadden bemerkt, voor dat zij op eenige passen afstands het zacht stroomende water tegen den rotsachtigen oever hoorden kabbelen. De Canadees besloot echter tot den volgenden morgen te wachten om naar een waadbare plaats te zoeken.

Men kampeerde dus; maar uit voorzorg werd er geen vuur ontstoken, en onze avonturiers, na een sober maal te hebben genoten, wikkelden zich 'in hunne zarapé's en sliepen weldra in.

Loer-Vogel was de eenige die bleef waken.

Intusschen zakte de maan naar den horizon, de sterren begonnen te verbleeken en zich in de d'epte des hemels te verliezen; den jager, overstelpt door afmatting, vielen de oogen toe, en hg zou voor een korte poos zijn ingeslapen, toep hij opeens door een vreemdsoortig geluid werd wakker geschrikt; hij sprong op als door een electrischen schok getroffen en spitste de ooren. Een zachte trilling doorliep het riet aan de boorden der rivier, welker kalme wateren zich als een zilver lint door de vlakte kronkelden. Geen briesje bewoog de lucht.

De jager trad naar den Vliegenden-Arend en legde hem de hand op den schouder; deze opende de oogen en zag hem aan.

Sluiten