Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den wilde zich op den jager; deze oordeelde het raadzaam om zich van hem te ontslaan; met de buigzaamheid van een slang en de vlugheid van een jaguar greep hij zijn vijand bij de keel en zonder hem den tijd te laten een alarmkreet te uiten, stiet hij hem het mes in de borst.

Het gelaat van den Apache werd zwart; zijn oogen spalkten zich wijd open, hij sloeg een oogenblik het water met armen en beenen; maar weldra verstijfden zijn leden, een laatste stuiptrekking deed zijn lichaam krimpen, en hij dreef weg met den stroom, een lichtgekleurd bloedig spoor achterlatende.

De arme Indiaan was dood.

Zonder een oogenblik tijd te verliezen, stapte de jager in de prauw en zich aan het riet vasthoudende, keek hij uit naar den kant waar hij zijn kameraden had achtergelaten. Deze, door den Vliegenden-Arend gewekt, waren reeds omzichtig genaderd, de buks medebrengende die de jager op den oever had laten liggen.

Zoodra zij bij elkander waren, brachten zij de prauw buiten de biezen die haar den doortocht belemmerde, en nadat allen zich op bevel van Loer-Vogel ingescheept en het vaartuig in open water hadden gebracht, strekten zij zich op den bodem uit.

Onder deze voorzorg dreven zij reeds een geruime poos zachtjes de rivier af, zoo zij meenden, onopgemerkt door de onzichtbare vijanden, die zich waarschijnlijk hier of daar aan den oever verscholen hielden, toen er plotseling een verschrikkelijken alarmkreet opging die de lucht deed daveren.

Het lijk van den door Loer-Vogel gedooden Apache was gedurende eenige minuten door den stroom medegesleept, maar toen op een hoop biezen en drijfhout gestuit, juist tegenover een Indianen-kamp, dat de avonturiers een paar uur geleden, zonder het te zien, waren voorbij getrokken.

Zoodra hadden de Roodhuiden het lijk huns broeders niet opgemerkt of zij hieven het zoo even gemeld vervaarlijk doodgeschrei aan, verzamelden zich aan den oever, en nu stonden zij daar, elkander met den vinger de prauw aanwijzende.

Loer-Vogel ziende dat hjj ontdekt was, greep oogenblikkelijk de pagaaien, en door den Vliegenden-Arend en Domingo geholpen, was hij binnen eenige seconden buiten hun bereik.

De teleurgestelde Apachen, woedend over deze behendige vlucht, en niet wetende wat zij er vooreerst tegen zouden doen, zwaaiden met de armen, staken de vuisten op en overlaadden hunne onbekende vijanden met al de scheldwoorden die het Indiaansche woordenboek hun aan de hand deed, als hazen, eenden, honden, uilen en meer andere dergelijke namen van dieren, die zij haten of verachten.

De jager en zijn kameraden stoorden zich weinig aan deze gevaarlooze beschimping en pagaaiden met kracht door, om hun tocht te vervolgen en tevens in hunne stramme leden den bloedsomloop te herstellen na hun dienen slaap in de kille nachtlucht.

Inmiddels veranderden de Indianen van taktiek; verscheidene pijlen met weerhaken werden naar de prauw afgeschoten, zelfs vielen er eenige geweerschoten ; maar de afstand was te groot en het water alleen werd door de kogels getroffen.

Zoo ging de nacht voorbij.

Sluiten