Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De avonturiers roeiden met verdubbelden ijver voort, daar zij reeds gezien hadden dat de rivier, na menige kronkeling, ongemerkt het woud naderde, dat zij zoo gaarne wenschten te bereiken. Intusschen meenden zij niets meer van hunne vijanden te vreezen te hebben, en lieten zij de pagaaien eenige oogenblikken rusten om zich te verpoozen en een weinig voedsel te nuttigen.

Terwijl zij bezig waren met hun ontbijt, kwam de zon op, en nu ontrolde zich een prachtige landstreek voor hunne verbaasde blikken.

„O 1" riep op eens de Vliegende-Arend, op een toon van schrik die -weinig goeds voorspelde.

„Wat is er ?" vroeg Loer-Vogel, die terstond begreep dat het opperhoofd iets buitengewoons moest gezien hebben.

„Kijk 1" riep de Comanch met nadruk, terwijl hij den arm uitstrekte naar de richting, welke zij dien nacht waren gevolgd.

„Sakkerloot 1" riep de Canadees, „twee prauwen, achter ons I O, o ! daar zal wat aan te tornen vallen."

„Ouerpo de Christof" riep op zijn beurt Domingo, met een sprong die het lichte vaartuig bijna deed omkantelen.

„Wat nog meer?"

„Ziet eens 1"

„Alle duivels 1" hervatte de jager, „wij worden ingesloten." Werkelijk kwamen er twee prauwen achter hen den stroom af, terwijl twee anderen, van twee tegenovergelegen oeverpunten, hun te gemoet kwamen, blijkbaar met het doel om hun den voortgang zoowel als den terugtocht af te snijden.

„Ach, lieve hemel l daar komen de Roodhuiden om ons een koud bad te geven," prevelde Domingo. „Wat denkt gy er van, oude jager ?"

„Nu, goed, laat hen maar komen," riep Loer-Vogel vroolijk, „wij zullen hen betalen voor hun moeite. Geeft acht, kameraden, en verdubbelen wij onze inspanning."

Op zijn wenk, grepen de mannen terstond de pagaaien weder op en gaven aan de prauw zulk een vaart, dat zij over het water scheen te vliegen.

De toestand der blanken werd inderdaad bedenkelijk.

Loer-Vogel stond op zyn buks geleund in de prauw overeind en berekende koelbloedig de kansen voor en tegen deze onvermijdelijke ontmoeting; zijn ergste vrees betrof niet de booten die achter hen kwamen, daar deze nog op te verren afstand waren om hen in tijds te kunnen inhalen, maar al zijn aandacht vestigde zich op de twee die hen van voren tegemoet kwamen en tusschen welke hij noodzakelijk zou moeten doorroeien. Met iederen pagaaislag verminderde de afstand die de blanken van de Roodhuiden scheidde.

De vijandelijke prauwen, zooveel men in de verte kon opmaken, schenen al te sterk bemand en hadden zwaar werk om tegen stroom vooruit te komen. Loer-Vogel had alles met een onfeilbaren blik gezien; hij nam een van die koene besluiten door I welke hij algemeen beroemd was en die in deze kritieke oogenblikken alleen in staat schenen om hem en de zijnen te redden.

Sluiten