Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XXVIII.

BLANK-HUIDEN EN ROOD-HUIDEN.

De Canadees, zooals wij gezegd hebben, had bepaald partij gekozen. In plaats van een poging te doen om tusschen de beide prauwen te ontsnappen, waardoor hij groot gevaar zou hebben geloopen van in den grond te worden geboord, nam hij zijn koers een weinig links en stevende regelrecht aan op de prauw die het dichtst bij de zijne was.

De Indianen verschalkt door deze manoeuvre, van welke zij niet aanstonds het doel doorzagen, ontvingen haar met luide triumf kreten. De avonturiers hielden zich echter doodstil, maar verdubbelden hunne pogingen en roeiden met kracht door.

Een vergenoegde lach plooide zich om de lippen van den Canadees.

Naarmate zijn prauw die der Apachen naderde, had hij gezien, dat de rivier aan de linker zijde een sterke bocht maakte en deze bocht gevormd werd door een klein eiland, dat zeer dicht bij den oever lag, maar toch ver genoeg om een bootje door te laten; hij bediende zich nu van dezen doortocht en vermeed zoodoende een langen omweg, hetgeen hem op eens een goed eind op de vijanden die hen vervolgden deed winnen.

De hoofdzaak was hier om het eiland te bereiken voordat de eerste vijandelijke prauw er aankwam.

De Roodhuiden echter begonnen weldra, zoo niet gansch en al, dan toch gedeeltelijk te bemerken wat hun onverschrokken tegenstander voornemens was; ook zij veranderden dus van plan en wijzigden hun richting. In plaats van de blanken regelrecht tegemoet te snellen zooals zij tot hiertoe gepoogd hadden, namen zij hun koers links en pagaaiden met kracht op het eiland aan.

Loer-Vogel begreep thans dat hij, het kostte wat het wilde, hun vaart moest zien te stuiten.

Tot dusver was noch van de eene noch van de andere zijde een pijl geschoten, of een geweerschot gewisseld. De Apachen rekenden zoo stellig hun vijanden te zullen meester worden, dat zij het als onnoodig beschouwden om tot dit uiterste over te gaan.

De blanken daarentegen, die de noodzakelijkheid gevoelden om hun kruit te sparen, daar zij te midden van een vijandelijk land onmogelijk nieuwen voorraad konden bekomen, bepaalden zich voorzichtigheidshalve om het voorbeeld der Indianen te volgen, hoe belust zij ook mochten zijn om mét hen slaags te raken.

Intusschen was de vijandelijke prauw geen vijftig ellen meer van het eiland verwijderd ; de jager, na nog een laatsten blik in het rond te hebben geworpen, neigde .zich tot zijn kameraden en sprak hun met een zachte stem eenige woorden toe.

Oogenblikkelijk lieten deze de pagaaien rusten en hun geweren grijpende, knielden zij in de prauw neder, en legden hun wapens op den rand der

Sluiten