Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

boot, na vooraf nog een tweeden kogel in den loop te hebben laten glijden. De Canadees had hetzelfde gedaan. „Zijn vrij gereed ?" vroeg hij een oogenblik later. „Ja 1" riepen de avonturiers. „Schieten dan, en laag aanleggen: vuur 1" De vijf buksen brandden los in een enkelen knal.

Wy' hebben reeds aangemerkt, dat de beide prauwen elkander reeds dicht genaderd waren.

„Nu naar de pagaaien 1 en vlug I" riep de jager, dadelijk zelf het voorbeeld gevende, zoo als hij altijd deed.

Acht armen hernamen de dubbele riemen, de lichte boot vloog over het water. Alleen de jager laadde zyn buks weder en lag op de eene knie gereed om te schieten.

De uitwerking der eerste losbranding openbaarde zich weldra; de vyf geweerschoten, allen op het zelfde punt gericht, hadden in de zijde der Indiaansche boot een vrij groote bres gemaakt, juist gelyk met de waterlijn, zoodat zij niet langer vlot kon blijven.

Kreten van schrik en woede gingen op onder de Apachen, die de een na den ander over boord sprongen en naar alle kanten wegzwommen. Wat hun prauw betreft, aan zich zelve overgelaten, begon zij oogenblikkelijk af te drijven, liep langzamerhand vol en zonk eindelijk in den stroom.

De avonturiers zich thans van hun vijanden ontslagen rekenende, vertraagden voor een oogenblik hun pogingen.

Eensklaps hief de Vliegende-Arend zijn pagaai op, terwijl Loer-Vogel zyn geweer bij den tromp vatte. Twee Apachen, ware athleten in kracht en met woeste blikken, waren onverhoeds genaderd en poogden zich aan de boot vast te klemmen om haar te doen kantelen. Weldra vielen zy' met verbrijzelden schedel in het water terug en dreven af met den stroom.

Eenige minuten later bereikten de jagers den doortocht.

Intusschen waren een aantal Indianen naar het eiland gezwommen, en begonnen zy, zoodra zij aan land kwamen de blanken aan den kant van het water te bestoken; bij gebrek aan andere middelen wierpen zij hen met steenen, daar zy hun nat geworden buksen niet konden gebruiken en hun pylkokers en bogen by' hun plotselinge indompeling in de rivier waren verloren gegaan.

Hoe ruw en gebrekkig deze door de Apachen gebruikte aanvalsmiddelen ook wezen mochten, was Loer-Vogel echter verplicht zyn kameraden dringend aan te bevelen om met verdubbelde kracht voort te roeien, ten einde zoo spoedig mogelijk buiten het bereik der zware steenworpen te komen, die hageldicht van uit de hooge biezen en van achter ieder welgelegen aanvalspunt, rondom de boot neer regenden, terwijl de Roodhuiden volgens hunne gewoonte wel zorg droegen onzichtbaar te blijven, uit vrees voor de kogels der blanken.

De toestand der laatstgenoemden werd echter onhoudbaar, er moest een eind aan worden gemaakt, en de jager, die scherp op de eerste gelegenheid loerde, om zyn vyanden een geduchte les te geven, meende die weldra gevonden te hebben; eenige ellen van hem af, op den oever, zag hy' op zeker punt, in een floripondio-boschje, een verdachte beweging; terstond legde hij rijn geweer aan, mikte op goed geluk en schoot.

Sluiten