Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het woud, dat des morgens, uit hoofde der veelvuldige krommingen der rivier, nog zoo ver van hen verwijderd lag, waren zij thans zeer nabij gekomen en hoopten het nog voor den avond te zullen bereiken. Na een korte ontspanning, grepen zij dus weder de riemen en hervatten met nieuwen ijver hun tocht. Tegen het ondergaan der zon, verdween de kleine prauw onder het sombere bladerdak van het onmetelijk natuurwoud, dat zich als een statig gewelf boven hun hoofden sloot en door den stroom in de schuinte doorsneden werd.

Zoodra de duisternis begon te vallen, ontwaakte de woestijn en liet het gehuil der wilde dieren, die zich naar de rivier begaven om te drinken, zich somber hooren in de diepte' der ongerepte bosschen. Loer-Vogel achtte het ongeraden om zich op dit uur te wagen in de onbekende wildernis, die zonder twijfel gevaren van allerlei aard in haren schoot verborg. Nadat hij dus nog eenigen tijd had laten voortroeien, om een geschikte landingsplaats te vinden, gaf hij eindelijk bevel om op een verheven rotsmassa aan te houden, die in den stroom vooruit sprong en een soort van voorgebergte vormde waar men zonder veel moeite of gevaar zou kunnen aan wal stappen.

Nauwelijks waren zij aan land, of de Canadees deed een wandeling om de rots, daar hij de omstreken wilde opnemen om te weten in welk gedeelte van het woud zij zich bevonden.

Ditmaal diende het toeval den jager beter dan hij had durven hopen. Na met moeite en de uiterste voorzorg de struiken en slingergewassen te zijn doorgeworsteld, die hem overal den weg versperden, zag hij zich eensklaps en zonder nader onderzoek aan een ingang van een natuurlijke grot, waarschijnlijk gevormd door een dier vulkanische werkingen, welke in deze streken zoo veelvuldig voorkomen.

Bij deze ontdekking bleef hij staan, stak een ocote-fakkel aan, die hij niet verzuimd had met zich te nemen, en trad stoutmoedig de spelonk binnen, gevolgd door zijn kameraden. De plotselinge verschijning der brandende toorts schrikten een grooten zwerm nachtvogels, uilen en vleermuizen op die met luid geschreeuw fladderend wegvlogen en aan alle zijden zochten te ontsnappen.

De jager ging echter door, zonder zich om deze liefhebbers der duisternis te bekommeren, die hij zoo onverwachts in hun sombere schuilhoeken gestoord had.

De spelonk was hoog, buitengewoon ruim en luchtig. Onder de omstandigheden waarin zich de jagers bevonden was dit voor hen een allergelukkigste ontdekking, daar zij hun een genoegzaam veilig verblijf voor den nacht aanbood, evenals tegen de nasporingen der Apachen, die hen thans wel uit het oog hadden verloren, maar zeker niet zouden nalaten hen te vervolgen.

De avonturiers, na de grot in alle deelen doorzocht en zich verzekerd te hebben dat er geen verscheurende dieren in schuilden, en wat meer zegt, dat zij twee uitgangen had, die de gelegenheid waarborgden om te kunnen vluchten, wanneer zij door een overmachtigen vijand mochten worden aangevallen, keerden naar de landingsplaats terug, haalden de boot uit het water, namen haar op de schouders en zetten haar achter in dë grot. Vervolgens begonnen zij, met een geduld waar alleen de Indianen of de woudloopers toe in staat zijn, zorgvuldig de minste sporen en indruksels uit te wisschen die de plaats hunner ontscheping of den aftocht dien rij gekozen hadden

Sluiten