Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

spoedig hulp noodig hebben, zult gij wel doen, met het terug komen, zoo mogelijk, een korteren weg te kiezen." „Ik zal zien."

„Deze grot hier is een uitmuntend toevluchtsoord, zij is ruim genoeg om u allen te bergen; gij zult er verblijf houden met de paarden, en haar niet verlaten dan op mijn orders; is dat afgesproken ?"

„Ja, en begrepen ook, wees daar gerust op; ik ben te zeer van het gewicht der aanwijzingen die gij. mij doet doordrongen, om er mij niet naar te gedragen."

„Een laatst woord nog. Ik heb u gezegd, dat het voor het welslagen onzer moeilijke onderneming volstrekt noodig was, dat wij hier een sterk detachement kordate mannen konden vinden; wil dus Ruperto dringend verzoeken dat hij zijn omzichtigheid verdubbelt, en zooveel mogelijk, niet alleen ieder geschil met de Indianen, maar zelfs iedere ontmoeting met hen ontwijkt."

„Ik zal het hem zeggen." t>

„Brengen wij thans de prauw weder te water en dan goed geluk er mee.

„Geve God 1 dat gij het arme kind moogt redden," zei de oude huisbediende, op een toon die bewees dat hij zijn gevoel nauwelijks meester was, „ik zou gaarne mijn leven voor haar opofferen."

„Ga gerust heen, vriend," antwoordde Loer-Vogel wederkeerig getroffen, „het mijne heb ik reeds voor haar op het spel gezet."

Allen gingen de grot uit, maar niet zonder vooraf te hebben rond gezien of er ook eenig gevaar bestond. In het dicht belommerde bosch heerschte de diepste stilte.

Thans namen zij de prauw op hunne schouders en droegen haar naar den rivierkant, nadat zij er eerst eenige levensmiddelen voor hun kameraad in gelegd hadden.

"Weldra schommelde de boot zachtkens op het water. Bermudez nam voor 't laatst afscheid van zijn meester; zich toen met moeite omwendende, sprong hij in de prauw, greep de riemen en stak van wal.

„Tot wederziens !" riep don Mariano hem aangedaan na.

„Tot spoedig, zoo God wil." antwoordde Bermudez.

„Amen 1" mompelden allen blijkbaar getroffen.

Loer-Vogel volgde de wegvarende prauw een tijdlang met de oogen; zich toen plotseling tot zijn kameraden wendende, mompelde hij half in zich zeiven : ,,'t I& een trouwe ziel; — maar zou hij slagen ?" „God zal hem behoeden/' zei don Mariano.

„Dat is waar," hervatte de jager, terwijl hij zich met de hand over het voorhoofd streek; „ik ben inderdaad dwaas dat ik zoo spreek, ja wat meer is, ondankbaar jegens de Voorzienigheid, die tot hiertoe met zoo veel zorg over ons waakte."

„Goed gesproken, vriend," riep don Mariano; „ik heb de beste verwachtingen dat wij slagen zullen."

„Ja, als ik het ronduit zeggen moet," zei de jager opgeruimd, „ik eveneens; voorwaarts dus."

De Vliegende-Arend legde hem thans de hand op den schouder:

„Eer Wij vertrekken, broeder, zou ik gaarne met u willen beraadslagen, de zaak is ernstig."

Sluiten