Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Weet gij dit zeker, hoofdman ? Bedenk van hoeveel belang het voor ons is te weten welke lieden wij in onze nabuurschap hebben."

De Comanch zweeg een poos en verdiepte zich blijkbaar in ernstige beschouwingen ; toen het hoofd schielijk opheffende, zeide hij :

„De Vliegende-Arend zal zijn broeder trachten te voldoen. Laat de bleekgezichten hier blijven tot hij terugkomt; de hoofdman zal het ontdekte spoor volgen, weldra zal hij den jager weten te zeggen of die mannen vrienden of vijanden zijn."

„Sakkerloot 1 ik ga met u, hoofdman," riep Loer-Yogel met drift; „men moet nooit kunnen zeggen dat wij om ons zeiven te dienen, u aan ernstig gevaar hebben blootgesteld, zonder u een vriend mede te geven, die u in geval van nood had kunnen bijstaan."

„Neen," zeide de Indiaan, „mijn broeder moet hier blijven, één krijgsman is genoeg."

De jager wist wel, dat wanneer het opperhoofd eenmaal iets besloten had, men hem niet van zijn plan kon afbrengen; hij drong er dus niet verder op aan.

„Ga dan," zeide hij en handel naar welgewallen; ik weet dat hetgeen gij doei wel gedaan zal zijn."

De Comanch wierp zijn geweer over den schouder, ging op de knieën liggen en kroop als een slang tusschen de struiken, waarin hij weldra verdween.

„En wij nu," vroeg don Mariano, wat moeten wij doen ?"

„Wachten tot de Sachem terugkomt," zeide Loer-Yogel, „en intusschen ons avondmaal gereed maken, waarnaar gij, dunkt mij, even als ik, wel zeer verlangen zult."

De avonturiers kampeerden zich zoo goed of zoo kwaad zij konden op het kleine maar welgelegen grasperk, en maakten, zooals de jager gezegd had, hun souper klaar, tegen dat de veldontdekker terug zoude zijn, die intusschen veel langer wegbleef dan zij verwacht hadden, want de nacht was reeds een geruimen poos gedaald en nog was hij niet terug.

XXX.

HET TWEEDE DETACHEMENT.

Gelijk wij in ons vorige hoofdstuk gezien hebben, was de Vliegende-Arend er op uitgegaan, om het spoor der ruiters te volgen dat Loer-Yogel het eerst ontdekt had.

De Indiaan was inderdaad een der geslepenste spoorzoekers van zijn stam ; want ofschoon de nacht hem snel overviel en weldra belette om de indruksels te herkennen, die hem in zijn onderzoek moesten leiden, vervolgde hij desniettemin zijn pad even zeker en gerust' als bevond hij zich op een der groote wegen, die gedurende de Spaansche heerschappij werden aangelegd, en welker overblijfsels nog hier en daar in de nabijheid der groote SpaanschAmerikaansche steden te zien zijn.

Sluiten