Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lach; „maar die kerel daar!" vervolgde hij, naar don Miguel wijzende, „hem haat ik sedert lang."

„Welaan, sterf dan, booswicht 1 riep de jonkman woedend, terwijl hij hem de kille tromp van zijn buks op het voorhoofd zette.

De Vliegende-Arend keerde het wapen af.

„Die man behoort mij, broeder 1" zeide hij.

Don Miguel trok langzaam zijn buks terug en zich thans tot den Sachem wendende, zeide hij :

„Dat stem ik u toe, maar op voorwaarde dat hij sterven zal."

Een sombere, onheilspellende glimlach deed de dunne lippen van den Indiaan een oogenblik trillen.

„Ja," was het antwoord, „maar hij sterve den dood van een Apache."

Daarop, zonder verder een woord te spreken, ontspande hij den boog, die naast zijn pantervellen pijlkokér over zijn schouder hing, sloeg het koord om den schedel van den Gambucino, stak er een pijl door en draaide het stevig dicht; hem toen de knie tusschen de schouder zettende, greep hij zijn hoofdhaar met de rechterhand, trok het met de huid en al af, en skalpeerde hem dus op de meest folterende wijze die men zich verbeelden kan, daar hij, in plaats van eerst met zijn mes een insnijding te maken, de huid letterlijk met het koord afschilde. De bandiet, met zijn bloedigen schedel, en misvormde gelaatstrekken, vouwde de handen stuipachtig samen en brulde met een onbeschrijfelijke stem:

„Dood mij l O, uit medelijden, dood mij I" WiÊ®

De Comanch boog zich met een woest gezicht over den bandiet.

„Men doodt geen schurken," mompelde hij; en hem bij de keel grijpende, stak hij hem zijn jachtmes tusschen de tanden, brak hem den mond open en rukte hem de tong uit, die hij met afschuw weg wierp.

„Sterf als een hond," zeide hij ten slótte; „uw leugensprekende tong zal niemand meer verraden."

Domingo stiet zulk een vreeselijken folterkreet uit, dat al de omstanders er van sidderden, en tuimelde toen bewusteloos op den grond 1).

De Vliegende-Arend schopte den zieltogenden bandiet verachtelijk met den voet en wendde zich naar zijn kameraden:

„Laten wij vertrekken," zeide hij.

De anderen volgden hem stilzwijgend, geheel terneergeslagen en overstelpt van afgrijzen, door het barbaarsch tooneel, waarvan zij getuigen waren gewéést en waarbij zij den Indiaan in al zijn woestheid gezien hadden.

Een uur later waren zij bij Vrijkogel in het kamp terug.

Met het opgaan der zon trad de Vliegende-Arend naar Loer-Vogel en drukte hem zacht de hand op den schouder.

„Wat wilt gij ?" vroeg de jager ontwakende.

„De Sachem gaat de Wilde-Roos tegemoet," antwoordde de Indiaan kortaf. En hij ging terstond heen.

„Er is toch iets zonderlings in die ruwe natuurmenschen," mompelde de jager, terwijl hij hem naoogde.

1) Het tooneel dezer strafoefening is letterlijk historisch, de schrijver heeft het door een Apache op een Noord-Amerikaan zien toepassen.

Sluiten