Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

groote jager der bleekgezichten de woorden van het opperhoofd begrepen ? Is hij bereid zich op diens beleid en ondervinding te verlaten ?"

„Ik zal alleen handelen op uw aanwijzing, hoofdman," antwoordde LoerVogel, die wel begreep, dat de Comanch hem bedoeld had ; „ik beloof u dat ik mij geheel door u zal laten leiden." •

„ Ooah I" hervatte de Indiaan glimlachend, „dan is alles in orde; „over twee uren is mijn broeder in Quiepa-Tani."

„God geve dat het zoo zijn mag, en dat mijn kind gered worde 1" mompelde don Mariano.

„Ik ben sinds lang gewoon om de Indianen met list te bestrijden," antwoordde de jager; „tot hiertoe heb ik mij, Gode zij dank, altoos in mijn ontmoetingen met hen weten te redden; ook ditmaal hoop ik goed te zullen slagen."

„Wij zullen ons gereed houden, om u te hulp te komen zoo het noodig mocht zijn," zeide don Miguel.

„Draag vooral zorg dat uw spoor verborgen blijft; gij weet dat de verrader Domingo uw vijanden reeds heeft wakker gemaakt."

„Laat dat gerust aan mij over, Loer-Vogel," zeide Vrij-Kogel; „ik weet wat het zegt met de Indianen schuilvinkje te spelen; het is niet voor de eerste maal dat mij zoo iets overkomt, en ik herinner mjj wel dat ik in het jaar 1845, toen ik nog..."

„Dat weet ik» dat weet ik," viel de Canadees hem in de rede, „gij zijt de man niet om u te laten overrompelen, vriend, en dat is voor mij genoeg; alleenlijk wees op uw hoede en zorg dat gij op het eerste signaal gereed zijt."

* „En welk signaal zal dat zijn ?" vroeg de jager; „want wij moeten goed afspreken, om ieder misverstand te voorkomen, dat in de tegenwoordige omstandigheden ernstige en treurige gevolgen na zich zou kunnen slepen."

„Gij hebt gelijk; zoodra gij dus het geschreeuw van den watersperwer driemaal, met gelijkmatige tusschenpoozen zult hooren moet gij terstond krachtdadig te hulp schieten."

„Begrepen," antwoordde Vrij-Kogel, „gij kunt op ons rekenen."

„Ik ben gereed," zei Loer-Vogel tegen het opperhoofd; „wat heb ik nu te doen ?"

„Vooreerst moet gij u kleeden," antwoordde de Vliegende-Arend.

„Waarom mij kleeden?" riep de jager met een blik van verwondering ep zijn eigen persoon.

„Ooah 1 denkt mijn broeder dat hij Quiepa-Tani kan binnentreden in het gewaad van een blanke ?"

„Gij hebt gelijk; een vermomming als Indiaan is volstrekt noodig; wacht maar even."

De gedaanteverwisseling kostte niet veel tijd.

De Wilde-Roos had zich intusschen uit zedigheid in een floripondioboschje teruggetrokken, om den jager niet te storen in het maken van zijn nieuw toilet.

Binnen weinige minuten had Loer-Vogel met een scheermes zich knevels en baard afgeschoren. Inmiddels was de Indiaan zekere kruiden gaan verzamelen, die overvloedig in het bosch groeiden. Na er het sap uitgeperst

Sluiten