Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ja," voegde de jager en met voordacht bij, „ga terstond naar den raad; wellicht dat uw onverwachte tegenwoordigheid genoeg zal zijn, om zekere verkeerde plannen omver te werpen en groote onheilen te voorkomen."

„Ik zal mij derwijze gedragen, dat onze vijanden met schrik zullen terugdeinzen," antwoordde de Comanch schijnbaar verstrooid, en alsof hij het woord tegen zijn gastheer richtte, maar eigenlijk ter geruststelling van den jager.

„Laat ons vertrekken," zei Atoyac.

De Vliegende-Arend hoog stilzwijgend.

Zij gingen heen.

Loer-Vogel bleef alleen in de calli met de twee vrouwen.

De Duif had gedurende de bovenvermelde redewisseling in stilte met de Wilde-Roos zitten praten ; zoodra de krijgslieden vertrokken waren, stonden de beide vrouwen op en maakten zich gereed om heen te gaan.

De Wilde-Roos sprak niet, maar hield zich den vinger voor den monden zag daarbij den jager veelbeteekenend aan; deze wikkelde zich in zijn bisonsmantel en zei toen tegen de vrouw van Atoyac:

„Ik zou mijn zuster niet gaarne storen terwijl de opperhoofden naar den raad zijn, ik zal mij dus deze gelegenheid ten nutte maken om een wandeling in de stad te doen en met meer aandacht den prachtigen tempel te beschouwen, dien ik bij mijn aankomst herwaarts maar in 't voorbijgaan gezien heb."

„Mijn vader heeft gelijk," antwoordde Huitlotl, „te meer daar ik op mijn beurt met de Wilde-Roos uit moet, en het ons spijten zou onzen gast alleen in de calli te laten."

De Wilde-Roos Jachte minzaam, schudde haar bevallig hoofd en gaf den jager een veelbeduidenden wenk.

Deze vermoedde terstond dat de vrouw van den Vliegende-Arend, onder het gesprek met hare vriendin, reeds ontdekt zou hebben waar de jonge meisjes zich bevonden, en dat hare begeerte om hem van huis te verwijderen geen ander oogmerk had, dan dienaangaande nog meerdere inlichtingen op te doen; hij maakte dus geen bezwaar om heen te gaan, trad langzaam de calli uit en de straat op, met al het gewicht en de majesteit van den hoogwijzen persoon dien hij voorstelde.

Overigens was de Canadees er niet rouwig om, dat hij eenigen tijd alleen kon zijn, ten einde over de meest geschikte middelen na te denken om met de Spaansche dames in betrekking te komen, een onderneming die hem alles behalve gemakkelijk scheen. Aan den anderen kant, meende hij zich van de hem gegeven vrijheid te bedienen, om een wandeling door de stad te maken, ten einde de vereischte plaatselijke kennis te verzamelen, die hij voor zijn doel noodig achtte.

Niet wetende hoe het met zijn verblijf in de stad kon afloopen en op welke wijze hij er weder uit zou komen, beijverde bij zich, om op goed geluk af, de best mogelijke aanwijzingen omtrent de richting der straten en de ligging der voornaamste gebouwen op te doen, in het dubbele vooruitzicht op een aanval of een veiligen aftocht.

De jager wist zijn aangezicht met een . ondoordringbaar masker van onverschilligheid en zelfgenoegzaamheid te bedekken, zjjn vragen werden daarbij zoo rustig en onbewimpeld gedaan, dat het bij niemand, tot wien hij zich

Sluiten