Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Men bracht hem dus voor de drie opperhoofden, en daar — wij behoeven het nauwelijks te zeggen — werd hij door don Estevan dadelijk herkend.

„Ha!" zeide de Mexicaan, „dat is onze oude vriend Domingo. Hoe duivel komt gij hier, mijn brave kameraad ?"

„Dat zult gij hooren, Senor, want ik kom hier alleen om u van dienst te zijn," antwoordde de bandiet met zijn gewone vrijpostigheid. „Daarom verzoek ik u mij te laten ontbinden, als het wezen kon ; die touwen knellen zoo sterk en doen mij zoo vreeselijk zeer, dat ik onmogelijk een woord uit kan brengen als ik er niet van ontslagen word."

Nadat men aan zijn verzoek had voldaan, begon hij zonder zich verder te laten bidden, in alle bijzonderheden te vertellen wat hij vernomen had en wat ook wij reeds gedeeltelijk weten.

De openbaringen van den bandiet gaven zijn hoorders ruime stof tot denken,- en zij vroegen hem nu, hoe hij te weten was gekomen dat zij zoo dicht in de nabijheid waren.

Domingo begon opnieuw, en voltooide thans zijn verslag met de verklaring, hoe hij den tabakszak gevonden en, nadat zijn beide kameraden don Mariano en Loer-Vogel waren ingeslapen, zich verwijderd had om don Estevan op te zoeken.

Er was in het verslag van den Gambucino een bijzonderheid die don Estevan bovenal levendig trof, namelijk, dat twee zijner grootste vijanden zich zoo dicht in zijn nabijheid bevonden en dat zij alleen waren.

Hij gaf den Rooden-Wolf terstond een wenk en fluisterde hem een paar woorden in 't oor, die door den Indiaan met een onheilspellenden lach werden beantwoord. >• j£-."ï

Tien minuten later was het vuur gedoofd; de Apachen, tot aan de tanden gewapend en onder geleide van Domingo, slopen als boschkatten het woud in en richtten zich naar de plek, waar dé jager en de caballero gerust sliepen, zonder iets te vermoeden van het gevaar dat hen bedreigde of het verraad waar zij de slachtoffers van konden worden.

Wij hebben vroeger reeds gezien hoe deze onderneming mislukte, en hoe jammerlijk Domingo voor zijn laaghartige misdaad werd gestraft.

Ongelukkig echter was hij in de gelegenheid geweest om te klappen, en zijn woorden waren maar al te zorgvuldig aangehoord.

Zoodra echter de Apachen overtuigd waren dat zij met een sterker partij te dóen hadden dan zij in 'teerst vermoedden, en dat de vijand, wel verre van te slapen, zich gereed hield om hen te ontvangen, trokken zij in der haast terug, ten einde nader te overwegen welk plan zij volgen zouden om hun vijanden voor te komen en te verschalken.

Die beraadslaging duurde veel korter dan de Indianen gewoon waren. In weerwil van de nachtelijke duisternis, stegen zij te paard en reden zoo snel mogelijk naar Quiepa-Tani, om reeds vroeg in de stad te zijn en hun vrienden in tijds voor te bereiden om hen in den op handen zijnden strijd te ondersteunen.

Ondanks zijn bedenkingen, werd don Estevan met slechts enkele ruiters aan den rand van het bosch achtergelaten. De opperhoofden, hoe machtig en aanzienlijk ook, durfden de wetten der Indianen niet openlijk te schenden, door een blanke anders dan als gevangene in de stad te brengen; een voor-

Almud. Spoorzoeker. 6e dr. 15

Sluiten