Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Mijn vader gaat dus ook naar den raad 1" „Ik zal myn zoon vergezellen, zoo hij er niets tegen heeft." „Het zal mjj een eer zijn. Ik kan zeker op de stem van mijn vader rekenen, niet waar ?"

„Heeft die stem ooit aan Addick ontbroken ?"

„Nooit. Intusschen is het vooral heden, dat ik van de ondersteuning mijns vaders zeker wensch te zijn."

„Mijn zoon weet dat ik hem bemin, ik zal handelen volgens mijn plicht," antwoordde de opper-priester ontwijkend.

Tot zijn verdriet, was Addick genoodzaakt zich met dit dubbelzinnig antwoord te vergenoegen.

De beide mannen traden nu het huis van den opper-priester uit, en gingen het plein over naar het paleis der Sachems, waar de raad vereenigd was.

Een talrijke menigte Indianen, uit nieuwsgierigheid saamgevloeid, vulde het anders zoo eenzame plein en begroette de meest beroemde Sachems" in 't voorbijgaan met luide toejuiching.

Toen de opper-priester verscheen, vergezeld van den jeugdigen Addick, deinsden de Indianen met een mengeling van eerbied en vrees voor hen terug en groetten hen stilzwijgend.

Chicuhcoatl werd door het volk meer gevreesd dan bemind, zoo als gewoonlijk het geval is met personen die een schier onbegrensde macht bezitten.

De Amantzin scheen echter de opschudding die zijn tegenwoordigheid veroorzaakte en de vreesachtige fluisteringen die zijn pad vergezelden niet op te merken. Met neergeslagen oogen, zedige, ja zelfs nederige houding, stapte hij het paleis binnen, achter den jongen Sachem, wiens brutale en hoogmoedige blikken een treffend contrast maakten met den gemaakten deemoed van den opper-priester.

De plaats waar de groote raad vergaderde, was een ruwe, vierkante, maar overigens zeer eenvoudige zaal, die zich van het noorden naar het zuiden uitstrekte; achter in de zaal, op den witgekalkten muur, hing een soort van tapijt, uit de slagpennen en donsvederen van zeldzame vogels samengestikt, op welks midden eveneens met behulp van schitterend gekleurde vederen, de vereerde beeltenis der zon was voorgesteld, stralende boven de goore heilige Schildpad, het symbool of zinnebeeld der wereld.

Onder dit tapijt, ondersteund door vier gekruiste en op den vloer rustende speren, lag «de heilige calumet, of vredespijp, die nooit bezoedeld mocht worden door met de aarde in aanraking te komen. Deze pijp, welker roode kop van zekere kostbare, alleen in Opper-Missouri voorkomende klei is gebakken, had een roer van tien voeten lang en was geheel met bonte vederen, kralen en gouden schelletjes versierd, en aan het einde hing een kleine medicijnzak van elandsvel en met hieroglyphische figuren bezaaid.

In het midden der zaal, in den vloer, was een ovaalronde opening of haard, waar een kunstmatig opgestapelde hoop hout gereed lag, die tot het heilige vuur van den raad moest dienen en alleen door den opper-priester mocht worden ontstoken.

De zaal werd verlicht door twaalf hooge, met zware vigonia wollen gordijnen behangen vensters, die slechts een somber en schemerachtig halflicht

Sluiten