Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Terwijl de Sachem de bovengemelde woorden uitsprak, hadden twee ondergeschikte priesters de heilige calumet van den standaard genomen, haar met den afzonderlijk voor deze plechtigheid bereiden tabak gevuld, haar toen op de schouders naar den Amantzin gedragen en eerbiedig aangeboden. De opperpriester nam daarop met een zilveren spatel, — of toovertangetje, — om de kwade voorteekens te bezweren, een stukje gloeiende boutskool van den haard' en stak de pijp aan, onder het uitspreken der volgende aanroepingen :

„Wacondah ! verheven en onbekend wezen, gij dien de wereld niet kan omvatten en wiens aldoordringend oog het kleinste insekt bespiedt dat zich onder het gras verschuilt, wij roepen u aan, u dien geen sterveling begrijpt. Gebied gij der Zon, uw zichtbare vertegenwoordigster, dat zij ons gunstig zij en den heiligen rook dien wij haar uit de groote calumet opdragen, niet van zich verdrijve."

De Amantzin, die den kop der pijp steeds in zijn hand hield presenteerde het roer beurt om beurt aan al de opperhoofden, beginnende met den oudste, namelijk uit Axayacatl. De Sachems deden elk een paar trekjes uit de calumet, met inachtneming van den gepasten ernst en bet decorum dat de plechtigheid vereischte, namelijk met de blikken eerbiedig ter aarde gericht en den rechterarm op het hart. Toen het mondstuk der calumet eindelijk bij den opper-priester terugkwam, liet deze den kop door een zijner acolyten vasthouden en rookte zelf zoo lang tot al de tabak in den pijp was verteerd. Toen naderde opnieuw de hacheto, en schudde de asch in een kleinen zak van elandsvel, dien hij toebond en vervolgens in het vuur wierp, onder het uitspreken, met luide en nadrukkelijke stem, der volgende woorden:

„Wacondah 1 de afstammelingen der zonen van Atzlan x) smeeken om uw gunst; doe gij uw lichtende stralen schijnen in hunne harten, opdat zij als wijze mannen spreken mogen."

Daarna namen de twee dienende priesters de calumet eerbiedig terug en plaatsten haar weder op de stelling onder het beeld der zon.

De oude Sachem vatte nu het woord weder op.

„De raad is vergaderd," begon hij; twee vermaarde opper-hoofden zijn eerst dezen morgen van een verre reis te Quiepa-Tani aangekomen, en zeggen dat zij aan den raad gewichtige zaken hebben mede te deelen; laat hen derhalve spreken ; onze ooren zijn geopend.

Wij zullen hier geenszins in een uitvoerige beschrijving treden van de debatten die gedurende deze raadzitting gevoerd werden, evenmin als wij verslag zullen geven van de listige redevoeringen, gehouden door den RoodeWolf en door Addick; dit zou ons te veel afleiden en bovendien voor den lezer allicht vervelend worden. Het zij dus voldoende te zeggen dat, hoewel de hartstochten niet buiten het spel bleven en de behendig door de twee Sachems in het midden geworpen twistappel, aanleiding gaf tot levendige aanvallen, die door niet minder levendige tegenwerpingen werden beantwoord, alles desniettemin toeging met de gewone welvoegelijkheid en orde die de vergaderingen der Indianen kenmerkt; terwyl wij den uitslag der

1) De plaats waar de Mexicanen zeggen dat zij uit afkomstig zijn; deze naam komt van aztatl, reiger.

Sluiten