Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Goed," riep de jager; „morgen met de endit'ha — zonsopgang — zal ik mijn vader den wil van den Wacondah te kennen geven en hem weten te zeggen of er hoop is om de kranken te redden."

„Ik zal mijn zoon afwachten," zei de grijsaard.

De twee Indianen bogen eerbiedig voor den gewaanden dokter en gingen toen samen naar buiten. De jager verwonderde zich hierover en vroeg bij zich zeiven, waar deze mannen op zulk een laat uur nog heen konden gaan. Intusschen was hun vertrek op dit oogenblik een onmiddellijk gevolg van de vertrouwelijke mededeelingen van Loer-Vogel aan Atoyac; de Amantzin en het opperhoofd begaven zich in allerijl naar den voornaamsten Sachem der stad, om zich met hem onverwijld te verstaan over hetgeen zij aangaande de vermoedelijke plannen van den Roode-Wolf en Addick gehoord hadden.

Om deze groote belangstelling in de los daarheen geworpen gezegden van den jager nader op te helderen, moeten wij den lezer herinneren aan hetgeen wij reeds vroeger gezegd hebben, namelijk dat er ook in deze streken, evenals bij alle onbeschaafde volken, waarzeggers en toovenaars bestaan, die voor bijzondere gunstelingen der godheid worden gehouden en als bekleed met een onbegrensde geheimzinnige macht. Daar nu bij de Roodhuiden de geneeskunde nauw met tooverij en waarzeggen verband houdt, en grootendeels niets anders is dan een mengsel van heidensche dweepzucht en bespottelijke mommerijen of listige kunstgrepen, staan hare beoefenaars natuurlijk in hooge achting en worden zij ook als duivelbanners en waarzeggers geëerbiedigd. Men denke hier niet dat alleen het gemeene volk met dit bijgeloof behebt is, ook de opperhoofden, krijgslieden en priesters deelen er in, en al schrijven deze aan de toovenaars wellicht niet zulk een onbegrensde macht toe, erkennen zij toch hun bepaalde meerderheid in kennis en doorzicht.

Intusschen was onder bovenvermelde bedrijven de nacht volkomen gedaald; — maar het was een nacht zooals alleen Amerika die oplevert, kalm, zacht, vol verfrisschende koelte en opwekkende geuren; een zwak en teeder licht regende als van de sterren neder, wier ontelbare legermacht aan den diep blauwen bemel schitterde met ongemeenen glans, de maan zag er zoo vroolijk uit als verlustigde zij zich in den kristalhelderen ether en schoot hare zilveren stralen over de slapende stad, alle voorwerpen dompelende in een fantastische schemering; een diepe, bijna godsdienstige stilte heerSchte in de eenzame straten. Loer-Vogel volgde met de oogen de beide mannen, zoo lang hij hen zien kon; toen werd het ook voor hem tijd en trad hij langzaam het plein over om zich naar den tempel te begeven.

De dag was voor den Canadees zwaar en moeilijk geweest; hij had ieder oogenblik nieuwe proeven van zelf beheersching en tegenwoordigheid van geest moeten geven; hij had listig en fijn moeten spelen, tegen mannen die de scherpziende blikken onophoudelijk op hem gevestigd hielden, en meermalen op het punt waren den wolf te ontdekken die onder de schaapsvacht verscholen zat; intusschen had hij zich dapper geweerd en zich uit iedere verlegenheid weten te redden, en zoo als de zaken thans stonden, had hij alle reden zich te mogen verheugen dat het hem gelukken zou de jonge meisjes te verlossen. De eerzame jager moest half in zichzelven lachen over de manier waarop hij de Indianen had verschalkt; hij nam zich voor om zgn rol dapper vol te houden en ten einde toe uit te spelen. Toen hij den tempel bereikte, maakte hij den sluitboom en de grendels los en trad binnen,

Sluiten