Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeischap is, heeft hij ons goede diensten bewezen, of althans zoeken le bewijzen; kortom, om alles in eens te zeggen, wij allen, en gij in 't bijzonder, zijn hem grootelijks verplicht. Het zou de zwartste ondankbaarheid zijn als wij dit konden vergeten."

De eerzame jager had deze verdediging van zijn vriend met een vuur en een fermiteit uitgesproken, die op don Miguel merkbaar indruk maakten.

„Vergeef mij dan, oude vriend," zeide deze op verzoenenden toon; „ik beken dat ik ongelijk had, maar omringd als wij zijn door duizend vijanden en bedreigd om ieder oogenblik het slachtoffer te worden van verraad, het voorbeeld van Domingo kan dit ten overvloede bewijzen, heb ik mij licht laten vervoeren tot de vermoedens...."

„Elk vermoeden dat de eer Van den Vliegende-Arend te na komt," viel Vrij-Kogel hem met drift in de reden, „is uit den aard der zaak valsch. Wie weet of hij niet juist op dit oogenblik, terwyl wij hier samen spreken, zijn leven voor het onze waagt ?"

Deze woorden brachten bij zijn gehoor zekere ontroering te weeg, en er volgde een poos stilte, die de Canadees echter onmiddellijk verbrak door opnieuw het woord te nemen.

„Denk echter niet dat ik u iets heb te verwijten," vervolgde hij, „gij zijt jong en alleen daardoor loopt uw tong vaak uw gedachten vooruit; maar als ik u raden mag, wees dan op uw hoede, want het zou u den een of anderen keer groote schade kunnen berokkenen. Doch genoeg hiervan ; om u dit nader te bevestigen, zou ik u een aardig geval kunnen vertellen dat mij gebeurd is in 1851. Ik kwam destijds juist van. ..."

„Nu ik er ernstig over nadenk," viel don Leo hem in de reden, „moet ik u geheele voldoening geven; ik heb inderdaad ongelijk gehad."

„Ik acht mij gelukkig dat gij dit zoe ridderlijk bekent."

„Laten wij er dan niet meer over spreken."

„Ik verlang niets liever; om dus op ons eerste punt terug te komen, moet ik u op mijn beurt bekennen, dat ik mij zeer ongerust maak over Loer-Vogel."

„Ha! daar hebt gij het al."

„Ja, maar om gansch andere redenen dan die gy hebt aangevoerd." „Zeg my om welke ?"

„O, myn hemel 1 die zijn zeer eenvoudig, Loer-Vogel is een handig en dapper jager, die al de streken der Indianen op zyn duimpje kent, maar hij heeft niemand die hem ter zijde staat; ingeval van tegenspoed zou de Vliegende-Arend hem weinig kunnen helpen; als hij ontdekt werd, zou de brave hoofdman niet anders kunnen doen dan zich naast hem te laten ombrengen, en dat zal hij gewis, daar ben ik van overtuigd."

„En ik ook; maar wat zou dit hem of ons baten ? Hoe zouden wij na zulk een ongeluk nog in staat zijn om de jonge meisjes te redden ?"

Vrij-Kogel schudde het hoofd.

„Ja, dat is juist de groote zwarigheid, daar zit hem de knoop. Ongelukkig zou het hoogst moeilijk zyn om in dat geval te voorzien, dat ik hoop nooit te zien gebeuren."

„Wij willen er niet aan twijfelen; maar als het eens gebeurde, wat zouden wij dan doen ?"

„Wat wy doen zouden ?"

Sluiten