Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meer van hem verwijderd en maakten zich gereed om op hem aan te loopen, toen hij zich eenklaps oprichtte. Zij smoorden nauwelijks een luiden kreet van verrassing.

„De Vliegende-Arend 1" mompelden beiden.

Maar hoe zacht zij ook gesproken hadden, de Sachem had hen gehoord; zijn doordringend oog merkte hen dadelijk op.

„Ooah I riep hij zoodra hij hen zag, en kwam onmiddellijk naar hen toe.

De avonturiers traden thans buiten de schaduw, die hen tot hiertoe onkenbaar had gemaakt en wachtte tot de Indiaan bijna vlak voor hen stond.

„Ik ben het I" riep dón Miguel.

„En ik I" vervolgde Vrg-Kogel.

Het opperhoofd der Comanchen deinsde vol verbazing terug. „Het grijze hoofd hier I" riep hij uit op een toon van verrassing die zich moeielijk laat beschrijven.

XXXIX.

HET GROOTE GENEESMIDDEL.

Wij hebben vroeger gezien hoe Loer-Vogel, na den Roode-Wolf tot aan de tempeldeur gebracht en naar huis te hebben gezonden, in het heiligdom was terug gegaan en de deur zorgvuldig achter zich gesloten had.

Even te voren echter, terwijl hij den vernederden Sachem den marmeren trap afhielp en hem een eind ver naar zyn huis geleidde, waren don Miguel en Vrij-Kogel in den tempel gekomen, waar de Vliegende-Arend hun een schuilplaats verleende tot de morgen zou aanbreken.

De trouwe Comanch stond thans, met de schouders tegen den muur geleund en de armen kruiselings op de borst, de terugkomst van Loer-Vogel af te wachten.

„Ik zeg u dank voor uw hulp, hoofdman," zeide deze zoodra hij hem zag; „zonder u zou ik verloren zgn geweest."

„Een geruimen tijd reeds," antwoordde de Indiaan, „was de VliegendeArend onzichtbaar getuige van het gesprek zijns broeders met den RoodeWolf."

,,'t Is gelukkig dat wij van hem ontslagen zgn, voor langen tijd zoo ikt hoop," zeide Loer-Vogel; „nu twijfel ik niet of onze plannen zullen wel slagen."

De krijgsman schudde bedenkelijk het hoofd. „Twijfelt gij nog, hoofdman?" vroeg de jager. „Ik twijfel sterker dan ooit."

„Hoedat I nu alles naar wensch gaat, en alle bezwaren voor ons uit den weg treden ?"

„Ooah! sommige bezwaren gaan uit den weg, maar andere, veel grooter en moeieUjker te overwinnen, komen er terstond voor in de plaats."

Sluiten