Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Zooveel is zeker, don Miguel," antwoordde de jager op zijn gewonen kortswijligen toon, „dat ik u niet verlaten zal. Een middel vinden om tot de gevangenen door te dringen, dat zullen wij wel. Maar of het goed en bruikbaar zal zijn, daar sta ik geenszins borg voor."

Er volgde een vrij langdurige stilte. Loer-Vogel scheen door het voornemen van don Miguel als verplet; hij begreep volstrekt niet hoe deze tot zulk een besluit gekomen was. Intusschen begon hij nauwkeurig al de kansen te berekenen, die de noodlottige komst des jonkmans tegen het welslagen van zijn eigen plan opleverde. Eindelijk nam hij het woord weder op:

„Ik zal niet langer beproeven, don Miguel, uw vermetel plan om de jonge meisjes te gaan zien, u af te raden," zeide hij *, „ik ken u te goed om niet te weten, dat dit éen vergeefsche poging zou zijn, en dat mijn redeneeringen u misschien tot een of andere onherstelbare dwaasheid zouden vervoeren'; ik neem zelfs op mij om u in de tegenwoordigheid van dona Laura te brengen."

„Belooft gij mij dat I" riep de jonkman met drift.

„Ja, maar op een voorwaarde."

„Spreek, wat het ook zij, ik neem het aan."

„Goed ; als het1 oogenblik daar is, zal ik het u zeggen; maar wat ik u bidden mag, laat de Vliegende-Arend toch uw vermomming beter in orde brengen. Als gij en Vrij-Kogel niet behoorlijk gekleed in de stad komt, zult gij 'geen stap kunnen doen zonder herkend te worden. Thans verlaat ik u; het is dag geworden, ik moet naar den opperpriester, en dus laat ik u onder toezicht van den Vliegende-Arend; volgt in alles zijn raad, uw leven is er mede gemoeid, en niet alleen het uwe, maar ook dat van haar die gij redden wilt."

De jonkman huiverde min of meer.

„Ik zal u gehoorzamen." antwoordde hij, „maar houdt gij ook uwe belofte." „Die zal ik houden, zelfs heden nog."

Na eenige minuten zacht met den Vliegende-Arend gesproken te hebben, ging Loer-Vogel heen en liet de drie mannen in den tempel achter.

Toen de jager in het paleis kwam, was de Amantzin juist gereed om rich naar den tempel te begeven.

Atoyac, nieuwsgierig als alle echte Indianen, had den opperpriester sedert den vorigen dag niet verlaten, om ook het tweede bezoek van den wonderarts te kunnen bijwonen, een bezoek dat zoo hij meende, volgens hetgeen hij van het eerste gezien had, zeer belangrijk zou zijn. '

Vergezeld van den Amantzin, die hem volgde als zijn schaduw, begaf Loer-Vogel zich thans onmiddellijk naar het paleis der Zonnemaagden, om de zieken te bezoeken. Hier kwam hij weldra tot de zekerheid, dat dona Laura zonder hinder het paleis zou kunnen verlaten, en tegen de vermoeienissen van een reis wel bestand zou zgn. Het jonge meisje, door de hoop op een spoedige bevrijding gesterkt, bad haar jeugdige krachten herkregen, en de zielekwaal die haar heimelijk ondermijnde, was als door een tooverslag geweken. Wat dona Luisa betreft, daar zij meer verstand en ondervinding bezat, was zij wantrouwiger; toen dus de Amantzin zich verwgderd had — want de jager had bepaald gevorderd om met de üjderessen alleen te worden gelaten — zeide zij tegen den Canadees:

Sluiten