Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

drift van iemand die op eene onbescheidene nieuwsgierigheid werd betrapt. Zou hij ook hebben staan luisteren ? zou hij wellicht gehoord hebben wat er tusschen de jonge lieden en den jager besproken was ? Na rijpe overweging, dacht Loer-Vogel van neen; hij oordeelde het echter noodig zyn kameraden aan te bevelen op hun hoede te zijn.

De vervelende dag daalde eindelijk ten avond, de zon ging onder en de nacht kwam. Alles was gereed om te vertrekken. De gevangenen, elk in een hangmat geplaatst, en op de schouders van vier sterke slaven gedragen, werden naar den heuvel, die voor de geneeskuur was aangewezen, vervoerd, en zachtjes op de vigonia huid neergelegd, die men op het gras had uitgespreid. Volgens order van den tlacateotzin zette de opperpriester de vier door hem medegebrachte krijgslieden, in de vier windstreken, als schildwachten op post. Loer-Vogel 'sprak nu eenige geheimzinnige woorden die door don Miguel zacht mompelend werden beantwoord; daarop^ brandde hij eenige handvollen welriekend gras en beval den Amantzin, zoowel als den overigen Indianen,' om neder te knielen en de gunst van Teotl in te roepen.

Don Miguel wierp onder deze bedrijven een bespiedenden bjik naar de stad, om te zien of aan die zijde nog iets bijzonders gebeurde, maar alles was kalm en de diepste stilte heerschte in de vallei. De twee jagers, die ook een poosje nedergeknield waren, stonden weder op.

„Dat mijn broeders hun gebeden verdubbelen," zeide don Miguel meteen sombere stem, „ik ga den boozen 'geest noodzaken om het lichaam der gevangenen te verlaten."

Onwillekeurig huiverden de jonge dames van schrik bij deze woorden. Don Miguel scheen dit niet op te merken en gaf Loer-Vogel een wenk.

„Dat mijn broeders nader treden 1" klonk zijn bevel.

Daarop naderden de vier schildwachten, met een schroomvalligheid^die bij de minste verdachte beweging der wonderdokters tot vrees dreigde over te slaan.

Don Miguel nam thans het woord weder op.

„Mijn broeder en ik," zeide hij, „zullen thans tot bidden overgaan; maar om te beletten dat de booze geest als hij. de gevangenen verlaat zich van u meester make, zal mijn broeder Twee-Konijnen voor ieder van u een drinkhoorn geprepareerd vuurwater inschenken, daar de Wacondah de kracht aan heeft verleend, om hen die het drinken, voor den boozen geest onvatbaar te maken."

De schildwachten waren Apachen, groote liefhebbers van sterken drank; zoodra zij dus het woord vuurwater hoorden, schitterden hun oogen van verlangen. Loer-Vogel vulde hun ieder ongeveer een halven kalabas vol brandewijn, met een goede dosis opium gemengd, die zij in een enkelen teug en met onmiskenbare blijken van genot verzwelgden. Alleen de opperpriester scheen een oogenblik te aarzelen; maar eindelijk kwam hij tot een besluit en ledigde moedig zijn beker, tot groote verlichting der "avonturiers, die zich over zijn aarzeling zeer ongerust hadden gemaakt.

„Nu allen op de knieën 1" riep de Canadees met een barsche stem.

De Apachen gehoorzaamden. Don Miguel deed hetzelfde.

Loer-Vogel was de eenige die staan bleef, terwijl don Miguel met den rechterarm naar het noorden uitgestrekt, den boozen geest scheen te bevelen

Sluiten