Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich te verwyderen. De Canadees begon nu snel rond te draaien onder het prevelen van eenige woorden zonder samenhang, die door don Miguel werden herhaald. Laatstgenoemde stond daarna op en sprak een soort van bezwering uit.

Hiermede verliepen twintig minuten. Gedurende dit tijdsverloop was een der Indianen zacht voorover gezakt, alsof hij zich uit ootmoed ter aarde boog. Weldra deed een tweede het zelfde, toen een derde, toen nog een, en eindelijk viel ook de opperpriester op den grond. De vijf Indianen gaven geen teekenen van leven meer.

Loer-Vogel, om zich van hun volkomen bewusteloosheid te verzekeren, prikte een van hen die het dichtst bij hem lag eventjes met de punt van zyn dolk. De arme drommel verroerde zich niet; de opium had zoo krachtig op hem en zijn kameraden gewerkt, dat men hen alle vijf aan riemen had kunnen snijden, zonder dat zij er van ontwaakten.

Don Miguel wendde zich thans tot de jonge meisjes, die met klimmende ongerustheid de ontknooping van dit zonderling tooneel afwachtten.

„Laat ons vluchten," zeide hij, „het is om ons leven te doen." Hij nam dona Laura in zijn armen, tilde haar op zijn schouder, nam in de linkerhand een pistool en liep zoo snel mogelijk den heuvel af. Loer-Vogel, bedaarder dan de jonkman, begon met driemaal op verschillende wijzen het geschreeuw van den watersperwer na te bootsen; dit was het tusschen hem en zijn kameraden afgesproken signaal.

Na verloop van een minuut, die hem een eeuw scheen, werd dezelfde schreeuw in de verte beantwoord.

„God zy geloofd!" riep de jager, „wij zijn gered."

Hy naderde thans het andere meisje, en wilde haar in zijn armen nemen.

„Neen," zeide zij glimlachend, „dat is niet noodig, ik ben sterk genoeg, ik kan loopen."

„Kom dan mede, in 's hemels naam !"

Dona Luisa stond op.

„Ga," zeide zij, „ik zal u volgen. Denk slechts om u zeiven, ik zou mij wel weten te verdedigen."

Zij liet den jager de twee pistolen zien, die hy' haar vier maanden geleden gegeven had.

„Braaf meisje," riep de jager. „Maar dat is nu onnoodig; blijf slechts bij mij 1"

Hij dwong haar thans om vooruit te gaan, en beiden stapten eindelijk den heuvel af. Eer zij echter het bosch halfweg bereikt hadden, waren de avonturiers genoodzaakt om stil te houden, daar de meisjes, door vermoeienis en aandoening overstelpt, gevoelden datzy' niet verder voort konden.

Op eens hoorden zy' paardengetrappel, en een talrijke troep ruiters, met don Mariano, Vrij-Kogel en Ruperto aan het hoofd, kwam in galop uit het bosch te voorschijn en reed recht op hen af.

„Ha 1" riep don Miguel uitgelaten van vreugd, „ik, heb haar dus eindelijk gered."

De beide meisjes bestegen nu de paarden, die reeds by voorraad voor haar gereed waren gemaakt, en werden in het midden van het detachement geplaatst.

„Myn dochter, mijn dierbare dochter 1" riep don Mariano bij herhaling, terwyl hij haar teeder omhelsde en met kussen als bedekte.

Sluiten