Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot schuilplaats voor Ruperto en de zijnen gediend had, hier gaf don Miguel' order om stil te houden.

Het werd tijd ; de paarden hijgden van vermoeienis en konden nauwelijks meer voort; bovendien hadden de avonturiers, hoe veel haast de Apachen ook mochten maken, een ganschen nachtmarsch op hen vooruit; zij konden derhalve veilig eenige uren uitrusten.

Loer-Vogel, die een weinig later met de achterhoede aankwam, bevestigde de vermoedens van don Miguel. De Roodhuiden hadden, volgens bericht van den jager, plotseling de teugels gewend en waren in de richting der stad afgetrokken.

Deze tijding verzekerde, althans voorloopig de veiligheid der avonturiers.

Terwijl de Gambucinos, in kleine groepen verdeeld, hunne wonden zaten te verbinden of den maaltijd gereed maakten, en de jonge meisjes, in het diepste der grot, op een rustbed van. bladeren en zarapes insliepen, begaven don Miguel en de beide Canadeezen zich naar de rivier, om een bad te nemen en de Indiaansche kleuren van hun huid te wasschen; vervolgens trokken z« hun gewone kleederen weder aan en keerden naar de grot terug om mede eenige oogenblikken rust te nemen.

Don Miguel kwam het eerst en alleen in de grot.

De Wilde Roos zat aan de voeten der Spaansche meisjes, en wiegde haar in slaap, door het zingen van een Indiaansen lied op zacht klagenden toon. Don Mariano sliep niet ver van zijn dochter. De jonkman bedankte de vrouw van den Sachem met een vriendelijken lach, strekte zich dwars voor den ingang der grot uit, en sliep gerust in, na zich vooraf verzekerd te hebben dat de schildwachten voor de veiligheid van allen zouden waken.

De eerste woorden der jonge meisjes, toen zjj ontwaakten, waren de vurige dankbetuigingen jegens hare verlossers, Don Mariano hield niet op zijne dochter van tijd tot tijd te kussen en te liefkozen ; de grijsaard wist niet hoe hg don Miguel genoeg danken zou. Dona Laura, met de natuurlijke vrijmoedigheid van een jeugdig hart dat nog niet van kunsten weet, Vond geen woorden krachtig genoeg om don Miguel de blijdschap uit te drukken die hare ziel thans vervulde. Alleen dona Luisa bleef somber en nadenkend. Alles wat zij van don Miguel gezien had : de belanglooze en ridderlijke trouw waarmede hij baar gediend, en bij herhaling zijn leven had gewaagd, boezemde het meisje een hoogen dunk in van het edele karakter en den waren adeldom des avonturiers; ongemerkt was de liefde in haar hart binnengeslopen, een liefde des te heviger, daar hy die er het voorwerp van was, er niets van scheen te bemerken.

De liefde die men zelf gevoelt, maakt scherpzinnig voor de liefde van anderen. Dona Luisa begreep weldra waarom hare vriendin de edele hoedanigheden van haar jeugdigen bevrijder gedurig prees, en raadde de hartstocht, dien de beide jonge lieden voor elkander koesterden. Bij deze ontdekking poogde zg vruchteloos den angel eener hevige jaloezie uit haar hart te rukken, want zij gevoelde dat don Miguel nooit de hare zou zijn. Intusschen gaf het arme kind zich onwillekeurig over aan de hopelooze begeerte, om hem te zien en te hooren voor wien zy gaarne haar leven zou hebben opgeofferd. Wat don Miguel betreft, hij zag of hoorde niets van dat alles, hij was als bedwelmd van genot en smaakte met volle teugen het zoete geluk waarmede de enkele tegenwoordigheid van dona Laura hem

Sluiten