Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Ik se, dat ge vastenavond houdt, ging hij voort; nu dat komt goed; ik heb een honger als een paard. Wat hebt ge voor me te eten? — Ik bakte wafels.

— Dat zie ik; maar je zult toch geen wafels willen geven aan iemand die tten mijlen geloopen heeft? — Ik heb niets anders; wij wachtten u niet.

— Niets anders? Niets voor mijn avondeten? — Hij keek om zich henen. — Daar heb ik boter. — Hij sloeg de oogen naar de zoldering op, waar gewoonlijk stukken gerookt spek hingen; maar sinds lang waren de haken leeg; aan de balken hingen nu slechts eenige risten uien eh bossen prij.

— Daar hebt ge uien, zei hij, terwijl hij een der risten met zijn stok afsloeg; vier of vijf uien, een stuk boter, dan zullen wij een goede soep hebben. Gooi dat deeg eruit en zet den pot met wat uien op het vuur.

Het beslag er uit gooien! Vrouw Barberin zei geen woord. Integendeel; zij haastte zich te doen, wat haar man haar gelastte, terwijl deze zich neerzette op de bank bij den haard.

Ik had mij niet durven verroeren van de plek, waar hij mij met zijn stok had doen blijven. Tegen de tafel leunende, keek ik hem aan. Het was een man van ongeveer vijftig jaar met een norsch gezicht. Zijn hoofd helde een weinig naar de rechterzijde tengevolge van een wonde, die hij bekomen had en die misvormdheid gaf hem een nog ongunstiger voorkomen.

Vrouw Barberin had den pot weder op het vuur gezet.

— Woudt ge met dat kleine stukje boter onze soep maken? vroeg hij. Toen nam hij zelf het schaaltje, waarop de boter lag en liet het geheëie stuk

in den pot vallen. Geen boter, dus geen wafels.

In ieder ander geval zou deze gebeurtenis mij stellig heviger getroffen hebben, maar ik dacht op het oogenblik noch aan de appelbollen noch aan de wafels; ik was geheel vervuld met de gedachte, dat deze man mijn vader was

— Vader, vader! Dit woord herhaalde ik werktuigelijk bij mezelf. N