Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Ik se, dat ge vastenavond houdt, ging hij voort; nu dat komt goed; ik heb een honger als een paard. Wat hebt ge voor me te eten? — Ik bakte wafels.

— Dat zie ik; maar je zult toch geen wafels willen geven aan iemand die tten mijlen geloopen heeft? — Ik heb niets anders; wij wachtten u niet.

— Niets anders? Niets voor mijn avondeten? — Hij keek om zich henen. — Daar heb ik boter. — Hij sloeg de oogen naar de zoldering op, waar gewoonlijk stukken gerookt spek hingen; maar sinds lang waren de haken leeg; aan de balken hingen nu slechts eenige risten uien eh bossen prij.

— Daar hebt ge uien, zei hij, terwijl hij een der risten met zijn stok afsloeg; vier of vijf uien, een stuk boter, dan zullen wij een goede soep hebben. Gooi dat deeg eruit en zet den pot met wat uien op het vuur.

Het beslag er uit gooien! Vrouw Barberin zei geen woord. Integendeel; zij haastte zich te doen, wat haar man haar gelastte, terwijl deze zich neerzette op de bank bij den haard.

Ik had mij niet durven verroeren van de plek, waar hij mij met zijn stok had doen blijven. Tegen de tafel leunende, keek ik hem aan. Het was een man van ongeveer vijftig jaar met een norsch gezicht. Zijn hoofd helde een weinig naar de rechterzijde tengevolge van een wonde, die hij bekomen had en die misvormdheid gaf hem een nog ongunstiger voorkomen.

Vrouw Barberin had den pot weder op het vuur gezet.

— Woudt ge met dat kleine stukje boter onze soep maken? vroeg hij. Toen nam hij zelf het schaaltje, waarop de boter lag en liet het geheëie stuk

in den pot vallen. Geen boter, dus geen wafels.

In ieder ander geval zou deze gebeurtenis mij stellig heviger getroffen hebben, maar ik dacht op het oogenblik noch aan de appelbollen noch aan de wafels; ik was geheel vervuld met de gedachte, dat deze man mijn vader was

— Vader, vader! Dit woord herhaalde ik werktuigelijk bij mezelf. Nooit had ik me eenige rekenschap gegeven van hetgeen een vader eigenlijk wezen moest en een onbestemd, vaag besef had ik, dat het een moeder met een harde stem moest zijn, maar toen ik den persoon, die als uit de lucht kwam vallen goed aa£zag> ™aakte e,en onuitsprekelijk gevoel van angst zich van mij meester.

uc nad hem wel om zijn hals willen vallen, maar zeer zeker zou hij mij met de punt van zijn stok op een afstand gehouden hebben. Waarom? Vrouw Barberin stootte mij nooit van zich af, wanneer ik haar een kus wilde geven- integendeel, zij nam mij dan in haar armen en drukte mij aan haar borst

— Zeg eens, ben je bevroren? vroeg hij mij; vooruit! zet de borden op tafel.

Ik haastte mij om hem te gehoorzamen. De soep was opgedaan. Vrouw Barberin schepte ze reeds op. Hij verliet zijn hoekje naast den schoorsteen, zette zich aan lafel en begon te eten, zonder daarmede op te houden dan om mii nu en dan eens aan te zien. J

Ik was zoo bang en verlegen, dat ik bijna niet eten kon en ik deed dan ook mets anders dan hem van terzijde opnemen, maar ik keek terstond voor mii wanneer ik zijn blik ontmoette. J' T,o7"„Eet h,J.gewoonlijk niet meer? vroeg hij eensklaps, terwijl hij met zijn le-

£pin£ l, % yeeSi-7 Ja.Nhij eet goed- - Des te erger; als hij nu nog maar weinig at. Natuurlijk had ik geen lust een woord te spreken en vrouw BarllTJdïfen eve"mln geneigd om het gesprek gaande te houden; zij liep af en aan om haar echtgenoot op zijn wenken te bedienen p

h»7 £,1J,h^b,\dUS. ge|" h°nger? vroeg hij mij. - Neen. - Ga dan maar naar bed en zorg terstond m te slapen, want anders word ik boos op je mlr0UfW Barbenn wenkte mij, dat ik zonder tegenspreken moest gehoorzamen. Maar die raad was onnoodig; ik had in het minst geen plan om mii te S 'e£i;?°,oa\m ™le b°erenwoningen, was onze keuken tegelijkertijd slaapkamer. Bij den haard stond alles, wat voor het eten noodig was, de tafel de Si^rt aanrechtbank; in het andere gedeelte stonden de ledekanten- in dal van ^ouw Barberin, in den tegenovergestelden het mijne dat als in een kast was gesloten en waarvoor een rood katoenen gordijn hing Ik

z^oaSspoemdig0SerJ 16 ^ bed 16 gaan' *»* *v£ fting

neTJn^tZltaTi0i ^ wanneer men slaaP beef. en wan-

Ik had thans geen slaap en was ook volstrekt niet rustig. AUerlei gedachten warrelden mq door het hoofd en ik gevoelde mij diep engelukkig geaacü,en

Sluiten