Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Als ge mij zoo'n middel aan de hand doel^ dan schenk ik u van ganscher harte een flesch. — Bestel de flesch en uw zaak is in orde.

— Zeker? — Zeker.

De oude man stond van zijn stoel op en ging tegenover Barberin zitten. Toen hij zich oprichtte, werd de schapevacht door een onwillekeurige beweging opgebeurd, en ik meende te bespeuren, dat hij in zijn linkerarm nog een hond droeg. Wat zou hij zeggen? Wat zou er gebeuren?

Ik had hem met smeekenden blik gevolgd.

— Uw wensch is, niet waar, dat het kind niet langer uw brood eet; of zoo hij dat blijft doen, dat gij er dan ook voor betaald wordt?

— Juist; omdat

O, welke reden gij daarvoor hebt, kan mij niet schelen; ik behoef die niet te kennen; voor mij is het voldoende te weten, dat gij het kind niet langer bij u wilt houden; als dat zoo is, geef hem mij dan en ik zal verder voor hem zorgen.

— Hem aan u geven? — Wilt gij hem niet wegdoen?

— Geeft men dan zoo'n kind weg, zbo'n mooi kind, want mooi is hij, zie maar eens. — Ik heb hem reeds gezien. — Rémi, kom hier! Ik ging bevende naar de tafel. — Wees maar niet bang, ventje, zei de grijsaard.

l — Zie hem maar eens aan, vervolgde Barberin.

— Ik zeg niet, dat hij leelijk is; want als hij leelijk was, zou ik hem niet willen hebben; met monsters houd ik mij niet op.

— Kom, als hij een monster met twee hoofden of een dwerg was —

— Gij zoudt er dan niet over denken hem naar het gesticht te zenden. Gij weet, dat een monster waarde heeft en men veel voordeel daarvan trekken kan; dat men het verhuurt, of het zelf voor het een of ander gebruikt. Maar hij is geen dwerg en geen monster; hij is geschapen, zooals ieder ander en deugt nergens toe. — Hij kan werken. — Daartoe is hij te zwak.

— Hij zwak! kom, onzin en hij is zoo gezond en sterk als een groot mensch; zie maar eens wat een beenen hij heeft. Hebt gij ze ooit rechter