Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De hond sprong tegelijkertijd naaf de tafel, waar Joli-Coeur was blijven ritten. Deze had gebruik gemaakt Tan een oogenblik, dat ieders oog op mii gericht was en het volle: wijnglas van zijn meester leeggedronken. Maar Capi, die

g°?T 5e 7acht, ?le}A> had deze apenstreek gezien en als een trouw bewaker wilde hy dit verhinderen.

- Mijnheer Joli-Coeur, zei Vitalis op strengen toon, gij zijt een lekkerbek en een schelm; ga in den hoek staan met uw neus tegen den muur, en gij Zerbino w0!;1 wP. P,aSSe°; uls hjl ü?h beweegt, geef hem dan maar een flinken klap. Wat u betreft, mijnheer Capi, gij zijt een oppassende hond; laat mii u den poot drukken. Terwijl de aap zacht kermende aan het bevel gehoorzaamde, reikte de hond fier en gelukkig den poot aan zijn meester.

— Laten wij thans onze zaken verder behandelen, begon Vitalis Ik geef n dus dertig francs. — Neen veertig. 8

Er volgde nu een zeer levendig gesprek; maar Vitalis brak dat eensklaps af door te zeggen: - De knaap moet zich hier vervelen, laat hij maar wat in den tuin gaan spelen. Hij gaf aan Barberin een wenk. — Ja, dat is goed ga maar naar den tuin, maar kom niet terug, voor ik je roep; anders word ik boos

ik kon met anders dan gehoorzamen, wat ik dan ook deed. Ik ging dus naar den tuin, maar tot spelen voelde ik volstrekt geen lust. Ik ging op een stoel zitten en verviel in diep gepeins.

Mijn lot zou op dat oogenblik worden beslist. Wat zou het wezen? Ik bibberde van kou en angst.

Het onderhoud tusschen Vitalis en Barberin duurde geruimen tiid want meer dan een uur verliep er, vóór de laatste bij mij in den tuin kwam. Einde, lijk zag ik hem; hij was alleen. Kwam hij mij halen om mij aan Vitalis te geven.

— Kom, ga mee naar huis, sprak hij. 8 Naar huisl Ik zou vrouw Barberin dus niet verlaten? Ik had het hem gaarne willen vragen maar ik durfde niet, want hij scheen in een kwade luim.

Wij spraken onderweg geen woord. Maar even vóór wij de woning bereikten, stond Barberin «til.

- Gij begrijpt, zei hij, terwijl hij mij weder bij mijn oor greep, dat als gij een woord vertelt van hetgeen gy vandaag gehoord hebt, dit u duur te staan zal komen; dus opgepast!

HET OUDERLIJKE HUIS. IV.

meesteTelgeIegdg?Tr°UW Barberin' toen wi* ^ karnen, wat heeft de burge-

- Wij hebben hem niet gezien. - Hoe, hebt gij hem niet gezien? a-T-V^ , eemge ^e^en in Notre-Dame aangetroffen en toen vrij daar vandaan kwamen, was het te laat; morgen zullen wij er heengaan

Barberin had dus voorgoed afgezien van zijn plan om mij aan den hondenkoopman te verkoopen. Onderweg had ik mezelf gedurig afgevraagd of in dit naar huis gaan niet de een of andere listigéstreek lag opgesloten; maar de hiatste woorden maakten een einde aan den twijfel, dii nog bij mij bestond!

ÏSr^ aiFeTel m°lêe? Sa\r h-et dorP zouden terugkeeren om den bu£ gemeester te bezoeken, had Barberin zeker het voorstel van Vitalis van de hand gewezen. Toch zou ik, ondanks de bedreigingen zeker mijn vrees aan vrouw Barbenn hebben medegedeeld, als ik mij slechts een^ogenbnk met haar alleen had bevonden, maar Barberin verliet den ganschen avond1 z n wo-

3w? w ™ lkAegaf *È 'f.bed' zonder dat de gelegenheid, waarop ik wachtte zich had voorgedaan. Ik sliep in met de gedachte, dat ik den anderen morgen mijn hart wel zou kunnen luchten, maar toen ik den volgenden morgen S stond, was vrouw Barberin niet te vinden. "«"«en op-

Toen ik haar in den omtrek van het huis zocht, vroeg Barberin, wat ik wilde

- Moeder. Zij is naar het dorp en komt eerst van middag terug h.«0Sde-r„te weten waarom, maakte die afwezigheid mij zeer ongirust. Zij had den vorigen avond niet gezegd, dat zij naar het dorp zou gaan. Waarom had zy met op ons gewacht, daar vrij toch ook denzelfden weg gingen?'ZonTri}

Sluiten