Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wLhc81!?1^ .*eCr 16 voorschijn was gekomen met een korst brood in zijn bek. vitalis bad toen maar één woord gezegd.

— Denk er aan, tot vanavond, Zerbino. hiV30^ mei me,er ^ari den diefstal, tot op bet oogenblik, dat mijn meester het brood verdeelde. Zerbino liet den kop hangen. Wij warén op twee bossen naast elkander gezeten met Joli-Coeur tusschen ons de drie honden Sn

o^\°tnS7 UKgeSfr,ekt- Capi en Dolce melde° de oogen strak op hun meeste? gericht. Zerbino daarentegen lag met zijn kop op den grond en met nangen£ «3at r6/161 verwijderen, zei Vitalis op bevelenden toon? en

in een hoek gaan hggen; hij gaat zonder eten naar bed

Zerbino verliet terstond zijn plaats en kroop in een hoek, die zijn meester hem aanwees; hij ging onder een hoop stroo liggen en wi zagen hem niet meer maar hoorden hem telkens zacht kreunen. Toen" dit gebeuldPwaTreik^

Canl ^nnn/L^1 br0od.en *™® ^ het ^ at> deelde hij aan JoTcoeur, L.api en Dolce hun porties uit. '

De laatste maanden was ik bij vrouw Barberin niet verwend, toch scheen deze verandering mij zeer wreed. IUUI scaeen

H^°^ bef iijk Was,nel hoekje bii den haard: met welk een genot zou ik on-

JVakei}S gekr°Pen ziin, terwijl ik het dek over mijn neus haalde! »05hf" aSl -T k0n g^n sprake zijn van lakens of vaii dek en wij mochten blij wezen, dat wij een ligplaats van stroo hadden. Uitgeput van vermoeienis met voeten a s versteend, rilde ik van kou in mijn nftte kliedert™ Het was nu donker en pacht geworden, maar'ik dacht met aan slapen - Uw tanden klapperen, zei Vitalis, hebt gij het koud? - Een beetje ' Ik hoorde, dat hij een zak opende. "ecije.

„Ik. bfzit geen fraaie garderobe, vervolgde bij, maar hier hebt eii een ™°Afemd en een jas, waarin gij u wikkelen kim, wanneer ge u van uw natte kleeren hebt ontdaan; gi moet dan maar onder het stroo kruipen en ik wed, dat gy wel warm zult worden en inslapen zuipen ep nc

ioI°Cbt- ^e.rd -k niet z0,° spoedig warm, als Vitalis wel had gemeend- nog: angen tijd lag ik te woelen en mij op mijn stroo om te keeren InTwenX te pijnlijk en te ongelukkig om in slaap te geraken. Zou het voortaan iederen dag zoo wezen? Zonder ooit te rusten, in den regen loopen, ü\een schuur s apen van koude bibberen en tot avondeten niets anders krijgen dan een stukje droog brood, en niemand om mij te beklagen, niemand om mij hef te hebben, geen moeder Barberin? Terwijl ik hierover lag te peinlep met een bezwaard gemoed en de oogen vol tranen, voelde ik eensklaps een warmen adem over mijn ge aat glijden. Ik strekte de hand uit en voelde het kroerige ^ Ta Capl- Was miï stU genaderd en kroop behoedzaam voort ïusschen de varens; hij snoof zachtkens; zijn adem streek mij langs hét gelalt en over mijn haren - Wat wilde hij? Hij strekte zich op het stroo uit en bt gon mijn hand ie likken. Getroffen door deze liefkoozing, richtte ik miiThaM op en drukte hem een kus op zijn kouden neus ] . ^ gaf een onderdrukten kreet en legde toen eensklaps zijn poot in miin hand, zonder zich verder te bewegen. Ik vergat toen mijn veriCidn"*^ * mijn verdriet; mgn toegeknepen keel ontspande zich weder; ikhaalde weer adem; ik was niet meer alleen; ik had eeb vriend aaaiae weer

MIJN EERSTE OPTREDEN. VI.

Den anderen morgen begaven wij ons reeds vroeg op weg WHeLregeD,!?Vletxmeer;JhetJ was een effen blauwe lucht, en, dank zij den twn Wnd' dle gédurende den nacht was opgestoken, waren de wegen vrij schoon De vogels zongen lustig in het geboomte en de honden sprongen vroo ijk om ons heen Van tijd tot tijd zette Capi zich op «q^^^S en blafte tegen mij; ik begreep zeer goed, wat dit te beduiden had terp°°ten

— Houd maar moed, houd maar moed, beteekende het ™ü,ant i. J Was een ze,er verstandige hond, die alles begreep en zich zeer verstaanbaar wist te maken. Dikwijls heb ik hooren beweren, dat hem hel spreken slechts ontbrak. Maar dat heb ik nooit gedacht. In zijn staart Tlleen

Sluiten