Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

had hij meer geest en welsprekendheid dan vele menschen in hun tong en oogen. In ieder geval hebben wij nooit aan woorden behoefte gevoeld; van den eersten dag af, hebben wij elkander begrepen.

Daar ik nooit mijn dorp verlaten had, was ik zeer nieuwsgierig om een stad te zien. Ik moet evenwel bekennen, dat Ussel mij in het minst niet trof. De oude huizen met hun torentjes, die zeer waarschijnlijk oudheidkundigen in verrukking zouden brengen, lieten mij geheel onverschillig.

Het is waar, ik zocht in die huizen ook volstrekt niet het schilderachtige.

Eén gedachte bezielde mij: voor niets anders had fk oogen dan voor een schoenmakerswinkel. Mijn schoenen, de schoenen die Vitalis mij beloofd had, zouden thans spoedig aan mijn voeten zijn.

Waar was de heerlijke winkel, die ze mij leveren zou. Dien winkel zocht ik: het overige, torens, daken en gevels, niets boezemde mij eenig belang in.

Het eenige wat ik mij dan ook van Ussel nog herinner, is die sombere bedompte winkel in de nabijheid van de markt Voor tle deur stonden oude géweren, een jas met zilveren epauletten, eenige lampen en een groote mand met een menigte verroeste sloten en sleutels.

Wij moesten drie trapjes afdalen om in den winkel te komen; wij kwamen toen in een groot vertrek, waar het zonlicht stellig nooit was doorgedrongen, sedert het dak op het huis gezet was. Hoe was het mogelijk, dat zulke fraaie dingen als schoenen op zulk een afschuwelijke plaats verkocht werden!

Vitalis wist echter best, wat hij deed, toen hij dezen winkel uitkoos en spoedig smaakte ik het genot van schoenen met spijkers te mogen aantrekken, die wel tien maal zoo zwaar wogen als mijn klompen. Hiertoe bepaalde zich de edelmoedigheid van mijn meester niet; hij kocht mij een blauw fluweelen jas, een bombazijnen broek en een kastoren hoed; kortom alles, wat hij mij beloofd had.

Ik zou een fluweelen jas krijgen, ik, die tot nu toe niets dan katoen had gedragen, en schoenen, en een hoed! en ik had tot hoofddeksel nooit anders dan mijn haren gehad; hij was bepaald de beste man ter wereld, ongetwijfeld de edelste en de rijkste. Het fluweel was, wel is waar eènigszins vergaan en het bombazijn wat versleten; ook kon men moeilijk de kleur meer onderscheiden van het kastoor, zoozeer had, het door den regen en het stof geleden; maar verblind door zooveel pracht, was ik ongevoelig voor de gebreken, die zich onder den glans verscholen. Ik verlangde vurig om die nieuwe kleeren aan te trékken, maar vóór ik ze aantrok, deed Vitalis ze een verandering ondergaan, die mij innig leed deed.

Toen wij in den herberg terugkwamen, haalde hij een schaar uit zijn tasch te voorschijn en knipte de beide pijpen van mijn broek af, ongeveer op de hoogte van de knieën. Terwijl ik hem met verbazing gadesloeg, zei hij:

Dit is het eenige middel om u niet op iedereen te doen gelijken. Wij zijn in Frankrijk en nu kleed ik u als een Italiaan; wanneer wij naar Italië gaan, wat zeer wel mogelijk is, dan kleed ik u als een Franschman.

Deze uitlegging deed mij niet van mijn verbazing bekomen.

— Wat zijn Vflj? Kunstenmakers niet waar? Komediespelers, die door hun uiterlijk de aandacht moeten trekken. Meent gij, dat wanneer wij zoo straks als eerzame burgers gekleed naar de een of andere publieke plaats gaan, iemand voor ons zou blijven stilstaan om ons na te kijken? Neen, niet waar? Weet, dat in dit leven schijn dikwijls noodzakelijk is; 't is jammer, maar wij kunnen er niets aan doen.

Zoo veranderde ik dus van een Franschman, die ik 's morgens was,_ des avonds 'in een Italiaan. Mijn broek reikte slechts tot aan mijn knieën; Vitalis bond daaronder mijn kousen vast met roode banden, die verscheidene malen over mijn beenen werden gekruist; ook mijn hoed werd met gekleurd lint en eenige gemaakte bloemen versierd.

Ik weet niet, wat anderen over mij gedacht zullen hebben, maar ik moet eerlijk bekennen, dat ik mij zelf prachtig vond; en dat moest ook wel zoo zijn, want mijn vriend Capi, na mij geruimen tijd te hebben opgenomen, reikte mij zeer voldaan een poot.

De goedkeuring, welke Capi aan mijn gedaanteverwisseling schonk, deed mij vooral genoegen, omdat Joli-Coeur, terwijl ik mij in mijn pakje stak, vóór mij op den grond was gaan liggen en aanhoudend mijn gebaren in het overdrevene had nagebootst. Toen mijn toilet gemaakt was, zette hij zijn

Sluiten