Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in de hoogte hield. Nu was de beurt aan Joli-Coeur en mij om op te treden.

- Dames en heeren, zei Vitalis, terwijl hij met de eene hand zijn strijkstok zwaaide en met de andere met zijn viool eenige bewegingen maakte, onze voorstelling *al besloten worden door een fraai tooneelstuk, getiteld- De knecht van den heer Joli- Coeur, of de domste van de twee 1 s n 1 e t, d i e n m e n d e n k t. Een man, zooals ik ben, vernedert zich niet om vooruit zijn stukken en zijn tooneelisten te prijzen; ik zeg slechts: ziet goed toe, opent de oogen wijd en maakt uw handen vast klaar om te applaudisseeren. Hetgeen hrj een fraai tooneelstuk noemde, was in werkelijkheid een pantomime; dat wil zeggen een stuk, dat met gebaren en zonder woorden gespeeld wordt. En dat moest ook zoo zijn, daar twee der hoofdpersonen, JoliCoeur en Capi, met konden spreken en de derde, (ik zelf), niet in staat zou geweest zijn twee woorden te uiten. Tot opheldering van het stuk en om het spel der acteurs gemakkelijk te maken, laschte Vitalis van tijd tot tijd een woordje er in, dat een verklaring gaf aan de verschillende toestanden. Zoo ook speelde mj zachtkens een krijgsmarsch bij het optreden van den heer Joli-Coeur als engelsch generaal, die zijn rang en zijn fortuin door een oorlog in Indië verworven had. Tot heden had de heer Joli-Coeur geen anderen knecht dan Capi maar hrj wüde liever een mensch als oppasser, daar zijn middelen hem deze kleine weelde veroorloofden; de dieren zijn lang genoeg de slaven der menschen geweest; het werd dus hoog tijd, dat hij hierin eens verandering bracht

Terwijl hij op de komst van dien oppasser wachtte, liep de generaal in rijn kamer op en neer en rookte een sigaar. Men moest eens zien, welke rookwolken hij het pubhek in het gelaat blies. De generaal werd ongeduldig en roïde"' met zijn oogen, als iemand die op het punt is in drift uit te barsten; hij beet op zijn lippen en stampte met zijn pooten op den grond.

Toen hij voor de derde maal stampte, moest ik met Capi binnen komen

Al zou ik mijn rol vergeten zijn, dan zou de hond mij die wel hebben herinnerd. Op het gegeven oogenblik strekte hij zijn poot naar mij uit en bracht mii bij den generaal. . "

Toen deze mij zag, hield hij zijn beide handen wanhopend ten hemel. Wat, moest dat zijn knecht worden? Hij bekeek mij toen nauwkeuriger en liep eeni' ge malen schouderophalend om mij heen. De uitdrukking van zijn gelaat was zoo dwaas, dat het geheele publiek schaterde van lachen; men begreep dat hij mij voor een grooten domkop hield; ook het publiek verkeerde in dien waan

Het stuk was er natuurlijk geheel op ingericht om aan het publiek mijn domheid te doen zien; in ieder tooneel moest ik de een of andere onhandigheid begaan, terwijl Joli-Coeur daarentegen telkens gelegenheid moest vinden om zijn verstand en slimheid aan den dag te leggen.

Toen hij mij langen tijd had aangestaard, nam de generaal mij uit medelijden m dienst en beval hij mij zijn tafel te dekken.

— De generaal gelooft, dat de knaap minder dom zal wezen, als hij wat ge geten heeft, zei Vitalis; wij zullen eens zien, of dit zoo is.

Ik plaatste mij aan een tafeltje, waarop alles gereed stond.

Wat moest ik met een servet doen?

Capi maakte mij duidelijk, dat ik mij bedienen moest. Maar hoe?

Toen ik lang er over gedacht had, snoot ik mijn neus er in.

De generaal barstte toen in een hartelijken lach los en Capi viel op den grond en spartelde met zijn pooten in de lucht, uit ergernis over mijn domheid.

Toen ik zag, dat ik mij vergiste, bekeek ik weer het servet en vroeg mezelf af, op welke wijze ik het gebruiken moest. Eindelijk schoot mij iets te binnen; ik rolde het servet op en bond het als een das om mijn hals.

Wederom begon de generaal te lachen en Gapi viel nogmaals op den grond.

En zoo vervolgens tot op het oogenblik, dat de generaal wanhopend mij van Wja stoel rukte, op mijn plaats ging zitten ên het eten, dat voor mij bestemd was, opat. O, hij wist wel, wat hij met een servet moest doen. Hoe netjes maakte hij het in het knoopsgat van zijn uniform vast en spreidde hij het over zijn knieën uit. Hoe keurig brak hij zijn brood en dronk hij zijn glas leeg!

Maar dan vooral maakten zijn fijne vormen een onweerstaanbaren indruk, wanneer hij na afloop van het dejeuner een tandenstoker vroeg en daarvan een behendig gebruik maakte. Dan barstten van alle kanten de toejuichingen los en de voorstelling eindigde met een waren.triomf. Hoe verstandig was de aap, boe dom de knecht!

Sluiten