Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mij noch mijn makkers ooit een enkele les gaf; hij had wel iets anders te doen, daar hij van zijn ambacht klompenmaker was. Hij was altijd met zijn klompen bezig en van den vroegen morgen tot den laten avond zag men de splinters van benke- en noteboomen om hem heen springen. Hij sprak nooit met ons dan om eens naar onze ouders te vragen of te klagen over koude of regen; maar over lezen of rekenen nooit een woord. Dat liet hij aan zijn dochter over, die hem móest vervangen en orde onder ons houden moest. Maar daar deze naaister was, deed zij, zooals haar vader en terwijl hij met zijn mes of zijn beitel werkte, naaide zij ijverig voort.

Zij moesten toch aan den kost komen, en daar zijn twaalf leerlingen elke maand ieder vijftig centimes betaalden, was dit nog geen zes francs in de maand, van welk inkomen toch geen twee menschen gedurende dertig dagen leven konden; de klompen en het naaiwerk vulden aan, wat de school te weinig opbracht. Ik had op school dus niets geleerd, zelfs de letters niet.

— Is lezen moeilijk? vroeg ik aan Vitalis, nadat ik geruimen tijd, in gepeins verzonken, naast hem had geloopen.

— Moeilijk voor hen, die een botten geest hebben en nog moeilijker voor hen, die niet willen. Hebt gij een botten geest?

— Dat weet ik niet; maar als gij mij wilt leeren lezen, geloof ik, dat ik mijn best zou doen. — Nu, wij zullen zien, wij hebben nog den tijd daarmede:

Tijd! Waarom begonnen wij niet terstond? Ik wist toen niet, hoe lastig het was om te leeren lezen en ik verbeeldde mij, dat als ik een boek opende, ik ook dadelijk weten zou, wat er instond.

Den anderen dag, toen wij weer op weg waren, zag ik mijn meester zich bukken en een plankje, dat bijna onder het zand bedolven lag, opnemen.

— Hier is het boek, waaruit gij zult leeren lezen, zei hij.

Dat plankje, een boek! Ik zag hem aan om mij te overtuigen, dat hij den spot niet met mij dreef. Toen ik bemerkte, dat het hem ernst was, bekeek ik zijn vondst oplettender. Het w