Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Wilt gij gaan slapen, vroeg Vitalis mij, of wil ik u de geschiedenis van koning Murat vertellen? O, ja, de geschiedenis van den koning.

Hij verhaalde mij toen diens levensloop en uren lang bleven wij op die bank zitten; hij vertelde steeds voort, terwijl ik als aan zijn lippen hing en zijn gelaat door het bleeke maanlicht beschenen werd. Was dat alles mogelijk? Niet alleen mogelijk, maar waar! Tot op dat oogenblik had ik in het minst geen begrip gehad, wat geschiedenis eigenlijk was. Wie zou ze mij ooit verteld hebben? Vrouw Barberin zeker niet; zij wist het zelf niet. Zij was te Chavanon geboren en zij hoopte daar te sterven. Haar gedachten waren nooit verder gegaan dan haar oogen. En voor haar oogen lag het heelal besloten in het landschap, waar zij de zon zag ondergaan achter den berg Audouze.

Mijn meester had een koning gezien; die koning had tot hem gesproken.

Wat was mijn meester dan toch in zijn. jeugd geweest?

En door welke oorzaak was hij op zijn ouden dag geworden, wat hij thans was? Men zal mij moeten toegeven, dat dit meer dan voldoende was om een kindergeest, zoo vatbaar voor al wat wonderlijk is, bezig te houden.

JK ONTMOET EEN REUS MET ZEVENMIJLSLAARZEN. DL

Toen wij het dorre en onvruchtbare landschap verlaten hadden, daalden wij naar het schoone en liefelijke dal van de Dordogne, dat wij bij kleine dagreizen doortrokken, want een rijk land bevat welgestelde burgers en daar onze voorstellingen zeer talrijk waren, stroomde het geld in Capi's bakje.

Een bevallige brug, die in den nevel ons toescheen aan herfstdraden te hangen, strekt > zich boven een breede rivier uit, welke rustig tusschen haar boorden voortkabbelt; het is de brug van Cubzac en de rivier is de Dordogne.

Een oude bouwvallige stad met grachten en wallen, met torens en een klooster, omheind door ingestorte muren, met boschjes waarin de krekel zich onophoudelijk doet hooren — dat is Saint-Emilion.

Maar dat alles staat mij slechts onbestemd voor den geest, terwijl een ander schouwspel mij veel meer getroffen heeft, en zulk een diepen iridruk op mij maakte, dat ik het mij nog levendig herinneren kan.

Wij hadden den nacht in een zeer arm dorp doorgebracht, dat wij den anderen morgen reeds bij het aanbreken van den dag verlieten. Geruimen tijd hadden Wij een zandweg gevolgd, toen wij plotseling, in plaats van de wingerden, die den weg omzoomden, een open vlakte voor ons zagen, alsof eensklaps, door een tooverstaf, een gordijn was opgetrokken.

Een breede rivier kronkelde zich zachtkens om den heuvel, dien wij bestegen, en aan gindsche zijde van die rivier verhieven zich de daken en torens van een groote stad, waarvan de grens met den horizon samensmolt. Wat een huizen! Wat een schoorsteenen! De een al hooger en nauwer dan de ander. Zij stonden daar als pilaren, die een zwarte rookkolom deden opstijgen, prijsgegeven aan de luimen van een licht koeltje, en boven de stad pakte zij zich tot een donkere wolk samen.

Midden op die rivier en aan de kade lagen een aantal schepen, die als hoornen van een woud zich verhieven, waarvan tuig en masten, zeilen, en vlaggen in elkander grepen en zich verwarden, wanneer de wind er onder speelde.

Men hoorde een dof gedreun, het geluid van jrammelend ijzer en zware hamerslagen, terwijl daar bovenuit onafgebroken het ratelen van rijtuigen klonk, die men in zijn verbeelding over de kade zag rijden.

— Dat is Bordeaux, sprak Vitalis. • Voor (een kind, dat een opvoeding genoten had als ik, en tot nog toe slechts arme dorpen of kleine steden had gezien, was het alsof het plotseling in een tooverwereld verplaatst werd. Onwillekeurig bleef ik stilstaan en staarde ik strak voor mij uit. Maar weldra werd mijn blik toch door één punt geboeid: de rivier en de schepen, die haar bedekten. Ik had mij nooit een voorstelling daarvan gemaakt en ik begreep er ook niets van.

Schepen met volle zeilen zakten langzaam de rivier af, bevallig overhellend naar de eene zijde, terwijl andere vaartuigen de rivier opvoeren; ook zag ik er sommige, die onbeweeglijk bleven liggen, alsof zij een eiland waren, en nog

Sluiten