Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schuldigd van wederspannigheid tegen een ambtenaar der openbare macht en feitelijk verzet tegen dezen gepleegd.

„Ut heb zeer verkeerd gedaan, dat ik mij heb laten meesleepen door mijn drift" voegde hij er bij, „een fout, die mij duur te staan zal komen. Maar het is te laat om deze te herstellen. Kom op de zitting; gij kunt er altijd wat \eeren."

Hij gaf mij toen nog eenigen raad, hoe ik mij te gedragen had en eindigde' zijn brief met een hartelijk'woord, terwijl hij mij verzocht Capi, Joli-Coeur, Dolce en Zerbino eens voor hem te liefkoozen.

Terwijl fk dezen brief las, was Capi naderbij gekomen en hield zijn blik op het papier gevestigd; aan zijn kwispelstaarten en zijn snuiven bemerkte ik, dat hij door den reuk wist, dat dit papier van zijn meester kwam; sedert drie dagen was dit het eerste teeken van leven en vroolijkheid, dat hij gaf.

Ik vroeg eenige inlichtingen en vernam, dat de zitting om tien uur s morgens begon. Tegen negen uur stond ik dien Zaterdagochtend reeds tegen den post van de deur geleund en ik was de eerste, die het lokaal binnentrad. Langzamerhand vulde zich de zaal en ik herkende vele personen, die bij de voorstelling tegenwoordig geweest waren.

Ik wist niet, wat een rechtbank was, maar uit instinct boezemde zij mij vrees in- het kwam mij voor, dat, al betrof het hier mijn meester, ik zelf toch ook m gevaar verkeerde, ik verschool mij achter een groote kachel, en, terwijl ik mij tegen den muur drukte, maakte ik mij hoe langer hoe kleiner.

Mijn meester stond niet het eerst terecht; hem vooraf gingen dieven en twistzoekers, die beweerden onschuldig te zijn, doch allen veroordeeld werden. Eindelijk kwam Vitalis op de bank zitten, tusschen twee gendarmen in. Wat er in hot begin gesproken werd, wat men hem vroeg en wat hij antwoordde, daar hoorde ik allemaal niets van; ik was te aangedaan om dat te hooren, of liever, om het te begrijpen. Ik dacht er dan ook niet aan om te luisteren; ik staarde slechts voor mij. .. ...

Ik keek naar mijn meester, die recht overeind stond met zijn grijze haren naar achteren geworpen in de houding van een man, die beschaamd en vernederd was; ik zag naar den rechter, die hem ondervroeg.

— Alzoo, zei deze, erkent gij, dat ge slagen hebt toegebracht aan den agent, die u in hechtenis heeft genomen?

Geen slagen, mijnheer de rechter, maar een slag; toen ik op de plaats kwam, waar onze voorstelling zou plaats hebben, zag ik den agent het kmd, dat mij vergezelde, een oorveeg geven. — Dat is uw kind niet 1

— Neen, mijnheer de rechter, maar ik ken hem, alsof héTmnn eigen zoon is. Toen ik hem een klap zag geven, liet ik mij door mijn drift meesleepen. Ik vatte de hand van den agent om hem te verhinderen, het kind een tweeden slag toe te brengen.

— Hebt gij zelf ook den agent geslagen? .

— Dat is te zeggen, toen deze mij bij «rjjn kraag vatte, vergat ik, wie de man was, die mij aangreep; ik zag in hem slechts den aanvaller en met den agent en ik kon mezelf niet beheerschen.

— Op uw leeftijd moet men zich zelf weten meester te blijven.

— Men moest zich zelf beheerschen; maar men doet helaas! niet altijd wat men moet; dat voel ik thans ook.

— Wij zullen nu den agent hooren.

Deze vertelde de feiten, zooals ze gebeurd waren, maar trachtte meer de aandacht te laten vallen op den spot, dien men met zijn persoon gedreven had, dan dat hij van den slag sprak, dien hij ontvangen had. Bij deze verklaring zag Vitalis, in plaats van aandachtig te luisteren, de zaal rond. Ik begreep, dat hu mn zocht. Ik besloot toen mijn schuilplaats te verlaten en terwijl ik door de menigte voortschoof, gelukte het mij een plaats vooraan te krijgen.

Hij ontdekte mij en op zijn zwaarmoedig gelaat kwam een blijde trek te voorschijn; ik gevoelde, dat hij gelukkig was mij te zien en ondanks mezelf, vulden mijn oogen zich met tranen. , ,

— Is dat al, wat gij tot uw verdediging hebt in te brengen? vroeg de rechter

eindelijk. ^ ^ ^ yoegen maar yoor het kmd, waarvan ik

houd en dat nu alleen overblijft, voor hem roep ik de toegevendheid der rech, ters in en smeek hen ons zoo kort mogelijk van elkander te scheiden. Ik dacht, dat men mijn meester in vrijheid zou stellen. Maar daar gebeurde

Sluiten