Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niets van. Een ander rechter sprak nog eenige minuten; daarop zei de president met een ernstige stem, dat Vitalis veroordeeld was tot twee maanden gevangenisstraf en eene boete van vijftig gulden.

Twee maanden gevangenisstraf. Door mijn tranen heen zag ik Vitalis door dezelfde deur, waardoor hij was binnengetreden, de zaal verlaten; een gendarme volgde hem en de deur werd weder gesloten.

Twee maanden zouden wij van elkander gescheiden zijn. Waar moest ik heen?

OP HET SCHIP. XL

Toen ik met een bezwaard hart en betraande oogen in de herberg terugkeerde, zag de waard, die in de gang stond, mij strak aan. Ik wilde haastig doorloopen om naar de honden te gaan, toen hij mij tegenhield.

— En wat zei uw meester? vroeg hij mij. — Hij is veroordeeld.

— Tot hoelang? — Tot twee maanden gevangenisstraf.

— En tot hoeveel boete? — Tot vijftig gulden.

— Twee maanden, vijftig gulden, herhaalde hij drie of vier keer. Ik wilde doorgaan; opnieuw hield hij mij terug.

— En wat wilt gij gedurende die twee maanden uitvoeren?

— Ik weet het niet, mijnheer.

— Wat, weet ge dat niet? Ge hebt toch zeker geld genoeg om van te leven en voedsel aan uw dieren te geven, denk ik? — Neen mijnheer.

— Rekent gij er dan op, dat ik u al dien tijd huisvesting zal geven?

— O neen, mijnheer, ik reken op niets.

Ik sprak de zuivere waarheid; ik rekende op niemand.

— Welnu, kereltje, vervolgde de herbergier, daar hebt ge gelijk in; uw meester is mij reeds een aanzienlijke som schuldig; ik kan u twee maanden lana geen crediet geven, zonder te weten, of ik op stuk van zaken betaald zal worden. Gij moet hier dus vandaan.

— Hier vandaan — maar, waar moet ik dan heen, mijnheer?

— Dat is mijn zaak niet; ik ben uw vader niet, evenmin uw meester. Waarom zou ik voor u zorgen?

Ik bleef een oogenblik verstomd staan. Wat zou ik hem antwoorden? De man had gelijk; waarom zou hij m