Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Be honden waren uitgelaten van vreugde en deden niets dan tegen mii opspringen' te™nl Joh-Coeur mij onophoudelijk aan de haren trok Wh hepen nu niet ver meer.

Bij den eersten 'boom aan den weg legde ik mijn harp en tasch op den grond en strekte ik mij op het gras uit; de honden gingen tegenover mij zitten, Capi F ne,t m.1.dd,enJ.en aan weerskanten van hem Zerbino en Dolce; wat Joli-Coeur Betrof, hij bleef staan, daar hij niet vermoeid was, om de stukjes brood op een onverwacht oogenblik weg te nemen. ™

Het verdeelen Van het brood was nog een zeer moeilijke zaak; ik maakte vijf zooveel mogelijk gelijke deelen, en opdat er geen kruimeltje zou verloren gaan, sneed ik die weder in kleine stukjes; ieder kreeg dus op zijn beurt een snede. Joh-Coeur, die minder voedsel noodig had dan wij, had nog de beste partij, want hij had geen trek meer, toen wij nog uitgehongerd waren. Ik nam van zijn deel drie stukjes, die ik in mijn reistasch opborg om ze voor de honden te bewaren.

mSn^w* leeA fe*stmaal was, waarbij toosten geslagen moesten worden, meende ik toch, dat het een geschikt oogenblik was om een enkel woord tot mijn makkers te spreken. Ik beschouwde mij zelf natuurlijk als het hoofd, maar ik geloofde me toch niet genoeg boven hen verheven om hen geen deelg^°°J !f^a. ^r van..d« emstige omstandigheden, waarin wij ons bevonden, hiji strak op"rmTgericït g6Vat' WaiU verstandige oogen hield

fcuTr", vrienden> ik beb u een slechte tijding mede te deelen: onze meester Janft twee maanden van ons weg. — Waf! blafte Capi.

- Dat is/in de eerste plaats voor hem zeer treurig'en ook voor ons. Want hij verdiende den kost voor ons en gedurende zijn afwezigheid zullen we ons in een zeer ellendigen toestand bevinden. Wij hebben geen geld

Brj deze woorden, die hrj zeer goed verstond, stond Capi plotseling op ziin

r^T^T^ T h-ep,hij inJ ,rond °P de wijze' als h'j ^et zijn bakje de rende deed bij het geëerde pubhek. J

ML Gi] ^lt^dat ^ onze voorstellingen zullen voortzetten; dat is zeker een goede raad, dien gij geeft; maar zullen wij daarmede iets verdienen? Daarop

SL™ waan- }S nlet Slagen' dan bestaat ons geheele fortuin uit drie stuivers. Wij moeten dan onze magen maar sluiten. Daar de zaken zoo staan 7Z0L,i gl] f1* lnzien' jn.welke droevige omstandigheden wij verkeeren ea dat gij al uw krachten zult inspannen om de gunst van het publiek te winnen. Ik vraag slechts gehoorzaamheid, matigheid en moed. Laten wij elkander bijstaan en rekent gij op mij, evenals ik op u reken.

Ik durf met beweren, dat mijn makkers den schoonen vorm van miin rede. voering vatten, maar zeker is het, dat zij den algemeenen zin ervan begrepen &ij wisten, dat door afwezigheid van mijn meester er iets van het grootste ge^feurd was en zij verwachtten van mij een verklaring. Indien zij niet alles begrepen, wat ik zei, zij waren ten minste voldaan over de wijze, waarop ik handelde, en zij toonden mij hun tevredenheid door zeer oplettend te Hjn Wanneer ik van hun oplettendheid spreek, dan bedoel ik hiermede de honden, want wat Joh-Coeur aangaat, deze kon onmogelijk zijn geest lang met ^^de/"^werp be^^ het eerste gedeelte vin mijn redf had

hij met de grootste belangstelling! geluisterd; maar toen ik twintig woorden 22£° !" ' 7lS 1 m d,en b00m gekIauterd, onder welks schaduw wij rustten en hij vond het nu veel aangenamer om heen en weer te schommelen "SZSinS tenAn t3k ^P den ande.ren ,e springen. Als Capi mij een dergelijke ^ng,had aangedaan, zou hij mij gekrenkt hebben, maar van Joli-Coéur verwonderde mij nooit iets; hij was onbezonnen en gedachteloos; en wel beschouwd, was het ook zeer natuurlijk, dat hij eenige afleiding zocht.

Ik moet eerlijk bekennen, dat ik gaarne hetzelfde zou hebben gedaan en dat ik met het grootste genot mij zou hebben heen en weer geschommeld, maar de gewichtige rol, die ik thans speelde, veroorloofde mij dergelijk genoegen niet.

Toen wij eenige oogenblikken hadden uitgerust, gaf ik het sein tot vértrekKen; wij moesten ons nachtverblijf opzoeken en in elk geval zorgen voor het •ntbijt van den anderen morgen, nadat wij, zooals wel waarschijnlijk was ons hadden beholpen met den blauwen hemel tot dak.

Na een wandeling van ongeveer een uur kwamen wij aan een dorp, dat me geschikt toescheen voor de verwezenlijking van mijn plan

Sluiten