Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met platen of photografieën zien. Evenals het schip, waarop wij waren, ingericht was voor dezen bijzonderen tocht, zoo waren ook de boeken en platen met het oog op de reis gekozen. Waren wij moe van het kijken, dan las mevrouw er het een en ander uit voor, dat wij begrijpen konden en dat ons belang inboezemde. Soms borg zij ook de platen weg en sloot de boeken en verhaalde ons de legenden, de gebeurtenissen, die plaats gevonden hadden in de streken, waar wij ons bevonden. Onder het vertellen keek zij haar zoontje steeds aan en het was aandoenlijk te zien, hoeveel moeite zij zich gaf om zóó, te vertellen, dat hij haar volkomen begreep.

Wat mij betreft, als het mooi weer was, had ik ook mijn taak. Dan nam ik mijn harp, ging aan land en op eenigen afstand zette ik mij onder een boom, waarvan de schaduw mij verborg en zong en speelde dan alle liederen, die ik kende. Voor Arthur was het een groot genot in de stilte van den nacht muziek te hooren, zonder te zien, wie speelde. Dikwijls riep hij: „Nog eens!" en dan speelde of zong ik het lied ten tweeden male.

Dat was een kalm en gelukkig leven voor een knaap als ik, die de hut van vrouw Barberin verlaten had om rond te zwerven met signor Vitalis. Welk een verschil tusschen den schotel aardappelen met zout van mijn arme pleegmoeder en de heerlijke vruchtentaarten, de geleien en de pasteitjes uit de keuken van mevrouw Milligan. Welk een onderscheid tusschen de lange tochten te voet, door slijk en in den regen, of onder een verzengende zon achter mijn meester, en deze spelevaart door de kalme wateren.

Maar om mijzelf recht te doen wedervaren moet ik erkennen, dat ik nog gevoeliger was voor het zedelijk genot van dit nieuwe leven, dan voor de stoffelijke voordeden, die het mij gaf.

Ja, zij waren lekker, die pasteitjes van mevrouw Milligan; het was een genot geen honger meer te hebben, of niet meer te lijden van koude en hitte, maar! hoeveel beter en aangenamer waren voor mij die gedachten en gevoelens, die mijn hart troffen en vervulden. Tot tweemalen toe had ik de banden zien verbreken, welke mij hechtten aan hen, die ik liefhad; de eerste maal, toen ik aan vrouw Barbèrin werd ontrukt; de tweede maal, toen ik gescheiden werd van Vitalis; tot tweemaal toe had ik alleen gestaan op de wereld, zonder steun, zonder hulp, met mijn dieren tot eenige vrienden en levensgezellen.

En nu had ik in mijn verlatenheid en mijn wanhopigen toestand iemand gevonden, die mij liefde had betoond en die ik lief kon hebben: een vrouw, een scboone, aanzienlijke dame, zacht minzaam en teeder, en een knaap van mijn leeftijd, die mij behandelde, alsof ik zijn broeder was. Welk een genot, welk een geluk voor een hart als het mijne, dat zooveel behoefte had aan liefde. Als ik Arthur aanzag, die bleek en roerloos op zijn plank lag uitgestrekt, hoe dikwijls had ik hem dan zijn geluk benijd, ik, die zoo gezond en sterk was. Niet de weelde, waarin hij leefde, benijdde ik hem, noch zijn boeken, noch zijn fraai speelgoed, noch zijn schip, maar de liefde, die zijn moeder hem betoonde. Wat moest hij gelukkig zijn, zóó bemind, te worden; tien-, twintigmaal een kus te krijgen van die schoone dame en zelf een kus te mogen geven aan die edele vrouw, wier hand ik nauwelijks durfde aanraken, als ze mij die toestak.

En dan zei ik treurig tot mijzelf, dat ik nooit een moeder zou hebben*, die mij zou kussen en die ik zou mogen kussen. Misschien zou ik nog eens mijn pleegmoeder, vrouw Barbarin, terugzien, en dan zou ik mij gelukkig achten, maar dan zou ik haar niet meer moeder kunnen noemen, want ik wist nu, dat zij mijn moeder met was. Alleen! Altijd zou ik alleen zijn op de wereld!

Die gedachte deed mij dan ook zooveel te hooger het genot waardeeren, dat ik smaakte, als mevrouw Milligan en Arthur mij vriendelijk behandelden.

Ik mocht niet te veel, vergen voor mijn geluk, en daar ik nooit een moeder, een broer of familie op de wereld zou kunnen bezitten, moeat ik al tevreden zijn, als ik vrienden vond.

Ik moest gelukkig zijn en dit was ik ook volkomen. '

Nochtans, hoe aangenaam voor mij dit nieuwe leven ook was, weldra moest ik er mede breken en tot mijn vroeger bestaan terugkeeren.

Sluiten