Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Thans is het uw beurt, zei Vitalis; gij moet maar van tijd tot tijd wat hout op den haard werpen; gij ziet dat ik nog genoeg voor u heb klaargelegd.

Ik zag inderdaad een hoogen stapel takkenbosschen, die binnen het bereik van mijn arm lag. Mijn meester, die een veel lichteren slaap over zich had dan ik, had willen voorkomen, dat ik hem wakker maakte, zoo dikwijls ik een takkenbos van den muur zou halen; daarom had hij dezen stapel gemaakt, waarvan ik bijna zonder gedruisch te veroorzaken, het hout kon afnemen. Dit was een verstandige voorzorg van Vitahs, maar ze had, helaas! de gevolgen niet, die hij ervan verwachtte.

Toen hij zag, dat ik wakker was en gereed om mijn post waar te nemen, was hij op zijn beurt bij het vuur gaan liggen met Joh-Coeur tegen zich aan. Hij had zich in zijn deken gewikkeld en weldra verkondigde zijn zware regelmatige ademhaling, dat hij was ingeslapen. Op mijn teenen sloop ik toen naar de deur om eens te zien, hoe het buiten was gesteld.

De sneeuw had alles bedolven; over de planten, de struiken, de boomen, zoo ver mijn oog kon ontwaren, lag een ongelijke, maar overal even witte sneeuwlaag; de hemel was bezaaid met schitterende sterren, maar hoe helder haar glans ook was, het landschap werd eigenlijk verlicht door de sneeuw. Het was koud geworden en daar buiten moest het vriezen, want de lucht, die in onze hut doordrong, was ijskoud. In de akelige stilte van den nacht hoorde men soms een zacht gekraak, hetwelk aanduidde, dat de oppervlakte van de'sneeuw bevroor. Het was inderdaad een geluk geweest, dat wij deze hut hadden ontdekt, want wat zou er van ons geworden zijn in 't midden van het bosch, onder die sneeuw en met die koude?

Hoe weinig gedruisch ik met mijn opstaan ook gemaakt had, waren de honden toch wakker geworden, en Zerbino was eveneens opgestaan om met mij naar de deur te gaan. Daar hij niet met dezelfde gewaarwording als ik de wondervolle schoonheid van den nacht gadesloeg, begon hij zich spoedig te vervelen en wilde hij naar buiten. Met de hand wenkte ik hem, dat hij naar binnen zou gaan. Wa