Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wrj vonden ze niet; wel is waar hadden de pooten van de honden en onze eigene voetstappen de sneeuw hier en daar platgedrukt, maar toch niet in die mate, of wij moesten de afdrukken van den aap kunnen bespeuren.

Hij was dus niet buiten. Wij keerden weer naar de loods terug, om te zien of hij zich niet onder een takkebos had verscholen.

Langen tijd bleven wij zoeken; wel tienmaal kwamen wij op dezelfde plek en in denzelfden hoek. Ik ging op de schouders van Vitaüs staan om tusschen «e takken te zoeken, die het dak vormden; maar alles tevergeefs.

iWi ,• 3 Jj licfc" WJJ UCIU weer, maar er Kwam geen antwoord.

Vitalis was radeloos, terwijl ik zelf innig bedroefd was. Arme Joli-Coeur | Toen ik aan mijn meester vroeg, of hij dacht, dat de wolven ook den aap hadden medegenomen, antwoordde hij:

•~^Ne^n' de wolyen hebben niet in de hut durven komen; ik geloof wel, dat zij Zerbino en Dolce hebben aangevallen, toen deze buiten waren, maar hier binnen zijn zij niet geweest. Het is waarschijnlijk, dat Joh-Coeur zich hier of daar heeft verborgen, terwijl wij buiten waren en dit deed mij juist zoo ongerust over hem zijn, want met zulk weer moet hij kou vatten en dat is doodeliik voor hem. I '

— Laten wij dan nog maar eens zoeken.

En opnieuw hervatten wij onze nasporingen, maar wij waren niet gelukkiger dan de eerste maal.

— Wij moeten den dag afwachten, zei Vitalis.

— Wanneer zal die aanbreken? — Over twee of drie uren, denk ik. En hij zette zich bij het vuur, met het hoofd op de handen geleund

Ik durfde hem niet storen. Onbeweeglijk bleef ik bij hem zitten en verroerde mij alleen om nu en dan een tak op het vuur te werpen. Van tijd tot tijd stond hij op en ging naar de deur; dan keek hij naar den hemel en boog zich naar buiten om te luisteren; daarop nam hij zijn plaats weer in

Ik geloof, dat ik liever gewild had, dat hij mij beknord'had, dan hem zoo somber en neerslachtig te zien. De drie uren waarvan hij gesproken had gingen zeer langzaam voorbij. Het scheen, dat de nacht nooit zou eindigen.

Eindelijk echter begonnen de sterren te verbleeken en de lucht werd wif dat was de dageraad; weldra zou het licht worden.

Maar met het aanbreken van den dag werd de koude scherper; de lucht die aoor de deur binnendrong, was ijzig koud.

Als wij Joli-Coeur terugvonden, zou hij dan nog leven? Maar welke redelijke grond bestond er voor de hoop, dat wij hem terug zouden vinden'

Wie wist of met het doorbreken van den dag ook niet de sneeuwbuien zouden terugkeeren? Hoe zouden wij hem dan zoeken?

Gelukkig was dit niet het^eval; inplaats dat wolken weer den hemel verduisterden nam hij een lichtrooden gloed aan, die een mooien dag voorspelde.

Zoodra het koude morgenlicht aan boomen en struiken hun gewoon voorko»men had gegeven, gingen wij naar buiten

Vitalis had zich met 'n dikken knuppel gewapend en ik volgde zijn voorbeeld

Capi scheen niet meer onder den indruk van de vrees, die hem des nachts Bevangen had; met de oogen op zijn meester gericht, wachtte hij op diens wenk om vooruit te gaan.

■ Terwijl wij nog op den grond de sporen van Joli-Coeur zochten, hief Capi den kop omhoog en begon vroolijk te blaffen; dit deed ons aanstonds begrijpen, dat wij boven ons en niet op den grond moesten zoeken.

Wij zagen dan ook, dat de sneeuw, die onze hut bedekte, bier en daar was |omgewoeld tot aan een dikken tak, die boven het dak zich uitstrekte | Dien tak volgende met de oogen, bespeurden wij boven in den grooten eikeboom, waartoe hij behoorde, tusschen een pa*r twijgen een kleine donkerKleurige massa.

Het was Joli-Coeur en wat er gebeurd was, het zich nu wel gissen. JohCoeur was bang geworden door het huilen der wolven en het blaffen en janken

w»rh^n V? £n?laat,S,Van bij het TUnr te bliiven, was hij, tijdens onze afwezigheid, op het dak geklauterd en vandaar in den boom, waar hij wist dat hii veilig was; daarom was hij er gebleven, ondanks ons roepen, waarop hii niet had geantwoord. Het arme, teere diertje moest bevroren rijn Mijn meester riep hem vriendelijk, maar hij bewoog zich niet, lüj scheen

Sluiten