Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Twintig gulden in dit dorp, met dit koude weer en de middelen, die. ons ten dienste stonden — het zou wel een wonder zijn, als wij daarin slaagden.

Inplaats dat mijn meester daarover bleef peinzen, nam hij terstond maatregelen om hetgeen hij verlangde te verwezenlijken.

Terwijl ik onzen zieke verpleegde, zocht hij een plaats, waar wij een voorstelling konden geven op de overdekte markt, want in de open lucht was het niet mogelijk bij zulk een koude. Hij maakte een tooneel met behulp van eenige planken en besteedde den gulden om kaarsen te koopen, die hij half doorsneed om het aantal lichtjes dubbel zoo groot te maken

Uit het raam van onze kamer zag ik hem heen en weer in de sneeuw loopen; bij herhaling de herberg voorbijgaande en niet zonder angst vroeg ik mijzelven af, waaruit de voorstelling van dien avond bestaan zou.

Weldra kwam ik ook dit te vernemen: de tamboer van het dorp. met zijn roode soldatenmuts op het hoofd hield voor de herberg stil, en na een prachtigen langen roffel las hij het programma voor.

Hoe dit was samengesteld, laat zich wel denken. Vitalis -had de buitensperigste dingen beloofd: er was sprake van een „kunstenaar door het gansche heelal beroemd," — dat was Capi — en van een jeugdigen zanger, die een „wonderkind" was. Dat wonderkind was ik.

Maar het belangrijkste gedeelte van dit programma was de slotbepaling: men behoefde niets te betalen; wat men geven wilde liet Vitahs geheel over aan de mildheid van het geacbte publiek, dat eerst zijn giften zou offeren na gehoord, gezien en toegejuicht te hebben

Dit scheen me nogal gewaagd toe, want het was zeer de vraag, óf men ons zou toejuichen. Capi verdiende werkelijk beroemd te worden genoemd; maar ik voor mij was volstrekt niet overtuigd, dat ik een wonderkind was.

Toen hij den tafaiboer hoorde, had Capi vroolijk geblaft en Joli-Coeur had zich half opgericht, ofschoon hij op dat oogenblik erg ziek was; beiden hadden begrepen, dat het een voorstelling gold.

Dit idee, dat ook bij mij opkwam, werd spoedig bevestigd door een pantomime van Joli-Coeur, die volstrekt wilde opstaan, en ik kon hem met geen geweld terughouden; hij verlangde zijn generaals-uniform, zijn rooden rok en breek met goud en zijn steek met pluimen. Hij vouwde de handen en wierp zich op de knieën om mij te smeeken. Toen hij zag, dat hij door smeeken niets verkreeg, werd hij boos en eindelijk barstte hij in tranen uit.

Het leed geen twijfel, of wij zouden groote moeite hebben om hem te bewegen afstand te doen van zijn plan om dien avond een rol te vervullen en ik ,dacht, dat het onder deze omstandigheden het best was, om ons vertrek voor hem geheim te houden.

Ongelukkig hoorde hij het bevel van Vitalis, die niet wist wat er gedurende zijn afwezigheid had plaats gegrepen, dat ik mijn harp en alles wat voor een voorstelling noodig was in gereedheid zou brengen. Bij die woorden, die JoliCoeur maar al te goed begreep, begon hij opnieuw te smeeken, maar nu wendde hij zich tot onzen meester. Al had hij kunnen spreken, dan had hij zeker zijn wensch niet beter kunnen uitdrukken, dan hij nu deed door de verechifclende geluiden, welke hij maakte, door het vertrekken van zijn gelaatsspieren en de beweging van zijn geheele lichaam. Het waren echte tranen, die langs zijn wangen biggelden en echte kussen, die hij op de handen van Vitalis drukte.

— Wil-je meespelen? vroeg deze.

— Ja, ja, gaf Joli-Coeur met zijn gansche lichaam te kennen.

— Maar je bent ziek, arme Joli-Coeur.

— Ik ben niet meer ziek, antwoordde hij met; zijn sprekende gebaren.

Het was roerend om te zien,' hoe de arme, kleine zieke, die slechts met moeite ademhaalde, bad en smeekte en de grimassen, die hij maakte, en de houdingen, die hij aannam, om ons te bewegen; maar toe te staan, wat hij vroeg, ware zijn doodvonnis geweest. Het oogenblik was gekomen, dat wij ons naar de markt moesten begeven; ik maakte een lekker vuur aan met eenige beukenblokken, die lang konden branden. Toen wikkelde ik hem in zijn dekens en de arme, kleine Joli-Coeur weende heete tranen en omhelsde mij keer op keer. Toen gingen wij heen.

Terwijl wij over de sneeuw voortschreden, vertelde mij Vitalis, wat ik doen moest. Er kon natuurlijk geen sprake wezen van onze gewone voorstellingen, daar onze voornaamste acteurs ontbraken; maar Capi en ik moesten nu ook

Sluiten