Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verkeerd van mij, dat ik u niet bij mevrouw Milligan liet. Ik ben er voor gestraft. Zerbino, Dolce, en thans Joli-Coeur. En daarmede is het nog niet gedaan.

AANKOMST TE PARIJS. XVI.

Wij waren nog een geducht eind van Parijs verwijderd. Aanhoudend moesten wij wegen volgen, waarop de sneeuw hoog lag opgestapeld en van den morgen tot den laten avond woei een scherpe wind ons in het gelaat Hoe akehg waren die lange wandelingen! Vitalis liep altijd voorop, terwijl ik hem volgde, en Capi weer vlak achter mij.

Zoo hepen wij in een rij, zonder dat we, uren lang, .een woord met elkander wisselden, met een gelaat blauw van koude, natte voeten en leege maag; en de menschen, die wij tegenkwamen, stonden stil om ons voorbij te zien trekken. T"Blijkbaar maakten wij een zonderhngen indruk op hen en zij vroege» zichzélf af, waarheen brengt deze grijsaard dien knaap en dien hond?

Die stilte was mij ondraaghjk; ik bad groote behoefte om te spreken en mijn hart eens lucht te geven, maar Vitahs gaf mij altijd een kort antwoord op mijn vragen en keerde zich nooit naar mij om. Gelukkig was Capi hartelijker, en dikwijls voelde ik, onder het loopen, zijn natte, warme tong op mijn band; Capi likte deze, alsof hij daarmede zeggen wilde: ippÉ — Gij weet toch wel, dat ik, uw vriend Capi, er nog ben Ik streelde dan even zijn kop, zonder stil te staan. Hij scheen met dit bewijs van mijn genegenheid zeer in zijn schik, evenals ik met het zijne; wij begrepen elkander; wij hielden van elkaar. Voor mij was hij een steUn en ik wee* zeker, dat ik dit ook voor hem was; het hart van een hond is niet minder gevoelig, dan dat van een kind.

Deze liefkoozingen schonken Capi veel troost, zoodat zij hem wel eenigszins den dood van zijn makkers deden vergeten; de kracht der gewoonte behaalde ook de overhand op hem en dikwijls stond hij eensklaps stil, om, evenals vroeger, toen hij nog korporaal over zijn troep was, dezen in oogenschouw te nemen. Maar dat duurde ook slechts kort; spoedig kwam zijn geheugen hem te hulp en herinnerde hij zich, waarom zijn troep niet volgde. Hij snelde ons dan voorbij en keek Vitahs aan, alsof hij hem wilde laten zien, dat hij er nog was; zoo Dolce en Zerbino niet kwamen, was het, omdat zij niet konden komen Hij vertelde hem dit met zulke welsprekende blikken, die van zooveel verstand en smart getuigden, dat wij medelijden met hem kregen.

Dit maakte onze wandeling ook niet vroolijker en toch hadden wij groote behoefte aan eenige afleiding; ik tenminste.

Over het geheele landschap lag een bed van sneeuw gespreid; het was een grauwe, gure dag, waarover de zon haar stralen niet zou werpen; op het veld was niet de minste beweging te ontdekken; geen enkele boer was aan zijn werk. Noch het hinniken van een paard, noch het loeien van een koe trof ons oor; slechts het gekras der raven, die in de hoogste toppen der kale boomen zaten en van honger piepten, daar zij geen enkele plaats op den grond zagen, waar zij een wormpje zouden kunnen vinden; in de dorpen waren alle huizen gesloten, alles was stil en verlaten; de koude was vinnig, een ieder bleef bij het hoekje van den haard, of men arbeidde op de zolders en in de schuren.

En wij hepen steeds voort op den gladden en hobbeligen weg, zonder een oogenblik stil te staan en zonder eenige andere rust genoten te hebben, dan onze nachtrust in een stal of schaapskooi. Met een klein stuk brood moesten wij ons 's avonds tevreden stellen, en dat brood gold ook voor ons middagmaal. Als wij het geluk slechts hadden in een schaapskooi een onderkomen te vinden, dan werden wij tenminste door de warmte der schapen voor de koude bewaard; ook was het juist tijd, dat de schapen hun jongen zoogden ea dikwijls kregen wij verlof om een schaap te melken; wij zeiden wel niet, dat we bijna van honger omkwamen, maar Vitahs vertelde met zijn gewone slimheid, F „dat het kereltje zooveel van schapenmelk hield, daar hij als kind gewend' was geweest die te drinken en het hem aan zijn land herinnerde." Dit verhaal gelukte niet altijd. Maar het was een heerlijke avond, wanneer het geloofd werd. Ik hield werkelijk veel van schapemelk en wanneer ik ze gedronken had, dan gevoelde ik mij den volgenden dag veel krachtiger en beter tot loopen

Sluiten