Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lente neemt ons vrije leven weer een aanvang. Ik zal u dan naar Duitschland en naar Engeland brengen. Gij zijt dan ouder en verstandiger geworden. Ik zal u alles leeren en een man van u maken. Dit héb ik mevrouw Milligan beloofd. En die belofte zal ik houden. Juist met het oog op de reizen, zal ik u Engelsch gaan leeren; gij kent nu Fransch en Itahaansch en dat is al veel voor een Mnd op uw leeftijd; gij zijt nu ook veel sterker. Gij zult zien, Rémi, dat alles nog niet verloren is.

Dit was misschien nog het beste, waartoe wij in onzen toestand besluiten konden. En wanneer ik er nu nog aan denk, dan moet ik erkennen, dat mijn meester al zijn best gedaan heeft om ons uit dien hachelijken toestand te redden. Maar niet diezelfde gedachten bezielen ons, wanneer wij in onze herinneringen de een of andere gebeurtenis herdenken^ als op het oogenblik, toen deze plaats greep. In hetgeen hij mij toen zei, stonden twee dingen mij slechts duidelijk voor oogen:

Onze scheiding. En de padrone.

Op onze tochten door dorpen en steden hadden wij verscheidene van die padrones ontmoet, die de kinderen, welke zij hier en daar hadden gehuurd, met stokslagen gedrild hadden.

Zij geleken volstrekt niet op Vitalis; zij schenen mij wreed, onrechtvaardig en veeleischend toe, en waren meestal dronken en vloekten aanhoudend.

Het was zeer wel mogelijk, dat ik in handen van zulk een meester zou vallen.

En al voerde het toeval mij bij een, die goedhartig was, dan zon het toch een groote verandering voor mij wezen.

Na mijn pleegmoeder, Vitalis. Na Vitahs, alweer een ander.

Zou het altijd zoo met mij gaan?

Zon ik dan nooit, mijn geheele leven lang, mij aan iemand mogen hechten?

Langzamerhand had ik mij aan Vitalis gehecht, alsof hij mijn vader was.

Ik zou dus nooit een Vader hebben? Nooit een bloedverwant?

Zou ik dan altijd alleen op de wereld wezen? Altijd op die groote wereld moeten rondzwerven, zonder mij ooit ergens te kunnen vestigen.

Op al die v