Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

terwijl ik leelijk ben. En als men geld Terdienen moet, dan moet men niet leeÜjk zijn; zij, die leelijk zijn, krijgen niets dan slaag en slechte woorden. Maar mijn moeder wilde Leonardo niet afstaan: „Mattia is de oudste, zei ze, en wanneer er een weggaan moet, dan is het Mattia; de goede God heeft het zoo besloten en er Valt niets aan den wil van God te veranderen." Ik ben dus met mijn oom Garofoli op reis gegaan; gij begrijpt, dat het mij hard viel om de ouderlijke woning en mijn moeder, die luid weende,, te verlaten en vooral de kleine Christina^ die veel van mij hield, omdat zij de jongste was en ik haar altijd droeg. Ook speet het mij, dat ik mijn broeders, mijn makkers en mijn land, vaarwel moest zeggen.

Ik wist bij ondervinding, hoe wreed zulk een scheiding was, en ook ik kon mij de aandoening nog levendig herinneren toen ik voor de laatste maal de witte muts van vrorï# Barberin zag. De kleine Mattia vervolgde zijn verhaaL

— Ik was alleen met Garofoh, toen ik onze woning verliet, maar acht dagen later waren wij reeds met ons twaalven en begaven ons op weg naar Frankrijk.

O, hoe lang viel die weg aan mij en mijn makkers, die even treurig waren als ik. Eindelijk toch kwamen wij te Parijs; wij waren toen nog met ons elven, daar een onzer in het gasthuis te Dijon was achtergebleven. In Parijs werd er een keus uit ons gedaan; de sterksten kwamen bij schoorsteenvegers of rookverdrijvers in dienst; die niet krachtig genoeg voor een ambacht waren, gingen op straat zingen en op de lier spelen. Garofoli gaf mij twee witte muizen, die ik op straat en voor de deuren moest laten kijken en hij rekende uit, dat ik daarmede vijftien stuivers daags "zou verdienen. „Zooveel stuivers als daaraan ontbreken, wanneer gij 's avonds thuis komt, zooveel stokslagen krijgt gij van me." Vijftien stuivers waren moeielijk bij elkander te zamelen; maar stokslagen waren evenmin prettig, wanneer Garofoli ze toediende. Ik spande dus alles in om die som op te halen, maar ondanks al mijn moeite, gelukte het mij niet dikwijls. Mijn makkers hadden gewoonlijk het