Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Als hij dit zei, was hij altijd in zijn schik; maar nu klonken die woorden toch treurig. Wij liepen dus door de straten van Parijs; het was stikdouker en het gaslicht dat door den wind flikkerde, verlichtte den weg slecht; telkens gleden wij uit op de een of andere bevroren plaats. Vitalis had mij bij de hand genomen, terwijl Capi ons volgde. Van tijd tot tijd echter bleef hij achter, om tusschen den een of anderen hoop vuil een beentje óf een korstje brood te zoeken, want de honger kwelde ook hem; maar het vuil lag onder een ijskorst en zijn zoeken was tevergeefs; met hangende ooren haalde hij ons dan weder in.

Op de groote straten volgden de stegen, en na die stegen weder breede straten; wij liepen maar altijd voort, en de weinigen, die wij op onzen weg ontmoetten, staarden ons verbaasd na; was het onze kleeding of onze vermoeide gang, die de aandacht trok? De agenten van politie, die wij tegenkwamen, bleven stilstaan en sloegen ons een oogenblik gade.

Vitalis liep bijna in tweeën gebogen, zonder een woord te spreken, voort: ondanks de koude, voelde ik zijn hand in de mijna branden; het scheen mij toe, dat hij beefde. Als hij stilstond, om even op mijn schouder te rusten, dan voelde ik, dat een schok door zijn gansche lichaam ging.

Gewoonlijk durfde ik hem niet lastig vallen met vragen, maar ditmaal brak ik met die gewoonte; ik had dan ook behoefte om hem te vertellen, dat ik van hem hield, of tenmins*e, dat ik gaarne iets voor hem wenschte te doen. Gij zijt ziek! zei ik, toen wij weder stilstonden

— Ik geloof het ook; in elk geval ben ik doodmoe; die groote tochten zijn voor mijn leeftijd niet meer geschikt en de koude is te hevig voor mijn bloed; ik had een goed bed noodig, een avondmaal en een warme kamer bij een goed vuur. Maar van dat alles kan niets gebeuren. Kom, vooruit kinderen!

Vooruit! Wij waren nu buiten de stad; of liever wij hadden thans geen huizen meer aan onze zijde; nu eens hadden we aan weerskanten een lange rij muren, dan weder bevonden we ons op het vlakke land.