Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de groeven, die hij zocht, waren niet in dezen omtrek. Toen ik geen voren vinden kon, bleef mijn meester een oogenblik zwijgend staan; daarop drukte hij weder zijn handen tegen den muur en betastte dezen van alle kanten. Capi begreep van dit alles niets en blafte van ongeduld. Ik liep achter Vitalis.

— Moeten wij nog verder zoeken?

— Neen, de groeve is ommuurd. — Ommuurd?

— Men heeft den ingang gesloten, en wij kunnen onmogelijk daar binnen komen. — Maar wat dan?

— Wat nu, niet waar? Ik weet het niet en er schiet ons niets anders over dan hier te sterven. — O, meester!

— Ja, gij wilt niet sterven; gij zijt jong en aan het leven gehecht; welnu, gij kunt loopen; ga uw gang. — Maar gij dan?

— Als ik niet meer voort kan, dan zal ik als een oud paard er bij neervallen.

— Waar moet ik heen?

— Naar Parijs terug; wanneer wij soms een politieagent tegenkomen dan laten we ons naar het bureau van politie brengen; ik had dit willen vermijden, maar ik wil u niet van koude laten omkomen. Kom, Rémi, mijn jongen, vat moed.

En wij sloegen toen weer denzelfden weg in, dien wij reeds eenmaal hadden afgelegd. Hoe laat het was, daarvan kon ik mij volstrekt geen denkbeeld maken. Wij hadden reeds lang en zelfs zeer langzaam .geloopen. Middernacht, misschien wel een uur later. De hemel bleef steeds donker; de maan scheen niet en slechts enkele sterren vertoonden zich, die echter veel kleiner dan anders geleken. De- wind was in plaats van te gaan liggen, met dubbele kracht

"^opgestoken. Telkens deed hij de sneeuw, die aan den kant van den weg opgestapeld lag, verstuiven en ons in het gelaat waaien. De huizen, die wij voorbijgingen, waren alle gesloten en donker; ik verbeeldde mij dat de bewonars, die onder hun dekens lagen te slapen, de deur voor ons zouden geopend hebben, ïjndien ze wisten, hoe koud we het hadden.

Als we maar hard waren gaan loopen, zouden we de koude nog