Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toen de tninman mij -voorstelde om bij hem te blijven, begon ik -weder eenig vertrouwen in mijn toekomst te stellen. SS

Alles was dus nog niet voor mij verloren; het leven kon dus weder voor mi] beginnen. En wat mij nog het meest aantrok, meer nog dan het brood, dat ik verdienen zou, was de kring, dat huisehjk leven, dat men mij beloofde.

Die jongens zouden mijn broeders zijn. Die mooie lieve Lize mijn zuster.

In mijn kinderlijke droomen had ik mij meer dan eens voorgesteld, dat ik mijn vader en moeder zou weervinden, maar nooit had ik aan broeders en zusters gedacht. En nu boden zij zich aan.

Zij waren het niet in werkelijkheid, dat was waar, maar door hun vriendschap konden zij het worden; ik behoefde ze daarvoor slechts lief te hebben — en ik voor mij wenschte niets liever — en om mij door hen te laten beminnen zou niet moeilijk zijn, want zij schenen mij allen even goed toe.

Haastig ontdeed ik mij van mijn harp.

— Dat is zijn antwoord, zei de vader lachende, en het is een goed ook, want men ziet, dat het u genoegen geeft. Hang uw instrument aan dien spijker mijn jongen en wanneer de dag soms mocht aanbreken, waarop gij het met langer met ons vinden kunt, dan neemt gij het daar weer af om te vertrekken; als gn dan maar het voorbeeld van de zwaluwen en de nachtegalen volgt en een beter jaargetijde tot reizen kiest.

Het huis, voor welks deur wij ons ter ruste hadden gelegd, behoorde aan de Glacière, en de tuinman, die het bewoonde, heette Acquin. Toen ik door hem in zijn huiselijken kring opgenomen werd, bestond zijn gezin uit vijf personen- de vader, dien men vader Peter noemde, twee zoons, Alexis en Benjamin en twee dochters, Martha de oudste en Lize de jongste der kinderen.

Lize was stom, maar niet stom geboren; dat wil zeggen, dat geen doofheid de oorzaak van haar gebrek was. Twee jaren lang had zij gesproken, maar plotsehng kort vóór haar vierde jaar, had zij haar spraak verloen, tengevolge van hevige stuipen. Gelukkig echter had het op haar verstand geen invloed geoefend- dit had zich integendeel met een buitengewone snelheid ontwikkeld; zii begreep niet alleen alles, maar wist ook alles uit te drukken. In arme gezinnen, en dikwijls zelfs bij gezeten families ook, wordt zulk een kmd verstooten, of aan zijn lot overgelaten.

Maar dit was met Lize het geval niet geweest; haar lieftalligheid en levendige geest, haar zacht en goedhartig karakter hadden haar voor zulk een rampzalig lot weten te bewaren. Haar broeders zorgden altijd, dat zij haar ongeluk vergat de vader had slechts oogen voor haar, en de oudste zuster aanbad haar Vroeger was het recht van den; oudste bij adellijke geslachten een groot voordeel, tegenwoordig is het bij arbeidersfamihën dikwijls een groote verantwoordelijkheid, welke de eerstgeborene erft. De vrouw van Acquin was een iaar na de geboorte van Lize gestorven en sedert dien dag was Martha, \ die slechts twee jaar ouder was dan haar broeder, een moeder voor het gezin geworden. Inplaats van naar school te gaan, moest zij thuis blijven, het eten klaarmaken, het linnengoed voor haar vader en broeders herstellen en Lize verzorgen; men had vergeten, dat zij de dochter, de zuster was en was haar spoedig als een dienstbode gaan beschouwen, die men zelfs m geen enkel opzicht ontzag, want men wist, dat zij nooit zou wegloopen of boos worden.

Martha had geen jeugd gekend, want toen ze nog een kind was, droeg ze Lize reeds op haar armen, paste op Benjamin, werkte den ganschen dag voor het huishouden, stond 's morgens reeds,vroeg op, om haar vader, voor dat hii zich naar de markt begaf, zijn soep te geven, ging laat ter ruste om alles op te bergen, waschte het linnengoed, begoot de bloemen, zoodra zij een uurtie vrii had en verliet menigmaal des winters midden in den nacht haar bed om de stroomatten uit te leggen, wanneer de vorst plotseling was ingevallen. Op haar veertiende jaar lag er op haar gelaat een treurige, zwaarmoedige trek, alsof zij reeds dertig jaar oud was, maar tevens een uitdrukking van zachtheid en onderwerping. ;? >:€l-' ... ., . .„

Nog geen viif minuten hing mijn harp aan den spijker, terwijl ik nog bezig was mijn lotgevallen te vertellen, of wij hoorden krabben tegen de deur en een klagend geblaf. — Dat is Capi! zei ik opstaande. Maar Lize was mij reeds voor, zij snelde naar de deur en opende ae. De arme Capi was in één sprong bij mij en, toen ik hem in mijn armen druk-

Sluiten